ExtraWatch Visitors Module


Today: 4
Yesterday: 13
This Week: 47
Last Week: 46
This Month: 150
Last Month: 317
Total: 5952
Free live stats and visitor counter for Joomla, Wordpress, Drupal, Magento and Prestashop

Blog

 


Bekijk op onderstaande site de huidige locatie van de Polarstern:

http://www.awi.de/en/infrastructure/ships/polarstern/where_is_polarstern/

De blog van de laatste dagen wordt online gezet nadat Diederik is thuisgekomen. De internetverbinding op het schip is verbroken sinds woensdagavond.

12/11/2013

Om 03h45 liggen we stil, maar we ‘varen’ toch een half uurtje tussen 04h10 en 04h40. Een succes, want tijdens de shift van Holger kwamen we min of meer vast te zitten. Zelfs de oude rotten in het vak raken hier niet meer door. Behalve een Minke, levert het niet veel op. Op de brug bleek deze nacht ook een raam in gruzlementen te zijn gesprongen toen men de raamverwarming aanzette. Gelukkig is het veiligheidsglas, dus geen gevaar. Aan boord is er geen raam, en ook in Punta zal het raam naar alle waarschijnlijkheid niet kunnen worden vervangen. De zichtbaarheid is barslecht, het stormt en het sneeuwt. Aan stuurboord staat er wel (de laatste?) keizerpinguïn.

Aangezien we voor een CTD stil liggen, kruip ik terug in bed. Rond 07h00 krijg ik telefoon van Florean: twee vechtende krabbeneters on ‘stern’ – dus snel naar de brug gestormd. De ‘stern’ bleek de achterzijde van de het schip te zijn, en Florean had op de camera de twee dieren een paar keer uit het water zien springen en GRAWL GRAWL naar elkaar zien doen. Ik besluit op de brug te blijven tot mijn shift gedaan is.

De weersvoorspelling is niet goed, in de voormiddag wordt in geen geval gevlogen. Als het weer in de namiddag zou beteren én we naderen de rand van het ijs, gaan we misschien de lucht in. Na de CTD moeten we ons 1 mijl verplaatsen voor een mooring, maar we raken rotsvast. De kraan wordt bovengehaald en er wordt heen en weer gezwierd met 12 ton treinwielen, maar het schip komt simpelweg geen centimeter in beweging. Geen millimeter. Terug naar de kamer, wat data gaan ingeven en wat verspreidingskaartjes proberen maken. Dankzij een tip van Alejandro, slaag ik er na een aantal uur verder prutsen en helpfuncties gebruiken, te produceren wat ik wil produceren. Rond 10h00 krijgen we telefoon van Markus: er staat een dichte keizerspinguïn op 8h- knal in de windzijde. Zalig: een keizerspinguïn in de natuurelementen. Sneeuw waait horizontaal, de keizer strompelt vooruit en zoekt beschutting achter hoopjes sneeuw. Het is voorts ijskoud: -5°C en 6BFT, binnen een halve minuut doen de vingers pijn van de koude. Toch zijn het indrukwekkende beelden, beelden die je anders enkel op televisie te zien krijgt: een half ondergesneeuwde pinguïn. Raphaël gaat naar binnen, maar komt me na een kwartier (?) halen – Markus had gebeld dat er voor het schip (dat stil ligt) een rob ligt, en het zou een zeeluipaard kunnen zijn. Snel naar de brug ! Daar ligt inderdaad een rob open en bloot, even met de verrekijker kijken en jawel: zeeluipaard nummer 16 – gevonden door Carolla. Het zeeluipaard zocht echter snel beschutting achter wat hopen sneeuw, en liet hooguit een stukje van 10cm bij een 0,5cm van zijn huid zien. Fredericke snel gaan opzoeken en op de hoogte gebracht dat als het schip zou bewegen, ze naar de brug moest komen – of als het beest zich zou laten zien, zou ik haar opbellen. Dominique komt ook op de brug, maar krijgt het dier niet te zien. Edith komt mij verder vragen hoe dwergvinnen de openingen in het ijs vinden. Geen idee, maar ik zei haar dat ik vermoedde dat ze dat deze op basis van lichtinval (aangezien ijs het licht deels tegenhoud), geluid (aangezien het ijs het geluid wel zou dempen, dus door een verschil in akoestische impedantie) en een geheugen. Dominique argumenteerde dat licht waarschijnlijk geen rol speelt – want dat kunnen ze niet gebruiken in de winter en dat ze de gaten onthouden weinig waarschijnlijk is aangezien ijs drijft. Stuk voor stuk houden deze argumenten weinig steek naar mijn gevoel, aangezien het niet is omdat er slechts in een deel van het jaar geen licht is (of een deel van de dag) dat ze licht niet kunnen gebruiken – het is misschien de makkelijkste manier als het voorhanden is, indien niet dan moeten ze andere zaken gebruiken. Bovendien is het zelfs in de winter niet altijd stikdonker – de gids op Neumayer vertelde immers dat bij volle maan het vrij helder is. Dat geheugen geen rol zou spelen omdat ijs drijft, lijk me onwaarschijnlijk. Als dwergvinvissen een opening kort na elkaar meermaals gebruiken, lijkt het me zeer waarschijnlijk dat ze dit gat terugvinden op basis van hun geheugen. Dat ene gat drijft ook mee met het ijs… dus moeten ze met drift ‘rekening’ houden. Ijs drijft ook niet random, dus kan je verwachten dat ze de relatieve positie van de openingen best wel kunnen onthouden – vergelijk het met een groep fietsers die aan een gestaag tempo verder fietsen (in zelfde richting), de kans is groot dat je na een uur de relatieve positie van de fietsers nog steeds dezelfde zal zijn. Als tijdens een wandeling een aantal mensen op verschillende afstand van mij af lopen, en ik verwijder mij van hen – hetzij vooruit hetzij achteruit – dan zal ik na een bepaalde tijd perfect kunnen inschatten wie zich ongeveer waar zal bevinden. En in 10 minuten drijft ijs ook geen 50km.

We krijgen op de middag te horen dat de klok vannacht een uurtje wordt teruggedraaid. Een dwergvinvis duikt kort na de middag met de regelmaat van de klok op in de polunya die voor ons ligt, ik roep de anderen op via de PMR. Dominique slaapt en komt te laat … het zeeluipaard laat zich nog steeds niet zien. Ik zie verder ook twee weddellzeehonden opduiken in de polunya, en die komen wat op het ijs spelen. De weddells zwemmen onder het ijs door en komen boven knal naast het zeeluipaard, dat zich niet laat zien. Ik roep de anderen opnieuw op, maar ze zijn te laat. Dominique vraagt af waar het zeeluipaard nu is…*Ik ga op Monkey Island om de dwergvinvis en de Weddells te fotograferen, maar ik krijg ze beide niet meer te zien. Wanneer ik besluit terug naar de brug te gaan, maar ik zie dat de twee Weddells doodleuk op amper 50m naar de wake van het schip over het ijs aan het hobbelen zijn. Miljaar, te laat. Ik zie echter ook twee krabbeneters in de stuivende sneeuw afkomen, en vraag Raphaël via de speaker om Markus op te bellen. Ook hij komt wat kiekjes schieten. Het is echter verre van duidelijk of dit nu krabbeneters of Weddells zijn: het is en blijft moeilijk, de dieren vertonen veel vlekken en hebben een korte snoet, maar volgens mij zijn het toch krabbeneters – onder meer door de donkere oogvlekken. Raphaël zorgt nog even voor de nodige adrenaline als hij twee dwergvinnen in de wake van het schip ontdekt, maar die laten zich maar een keer zien. Hij slaagt er wel in beide dieren te fotograferen. Rond de middag merk ik dat het zeeluipaard tevoorschijn is gekomen: ik bel Fredericke op, maar het is Nina die opneemt. Zij verwittigt toch een aantal mensen. Het zeeluipaard blijft hier nu een ganse poos (een uur?) in de sneeuwstorm liggen en raakt ondergesneeuwd. Mooi, maar fotografisch valt daar niets mee te doen. Na een half uurtje houdt iedereen het voor bekeken… maar dan zie ik het zeeluipaard dichterbij kruipen… ik roep de anderen op via de speaker… en langzaam maar zeker komt ie dichterbij. Fantastisch, schitterend, fenomenaal. Ik zak samen met Raphaël af naar de boeg van het schip. Het dier legt zich daar voor een dik uur te slapen op matige afstand. Maar omstreeks 16h00 komt hij nog dichter en nog dichter en nog dichter. Een aantal mensen is ook aangekomen, en ik vraag Nina als ze naar binnen gaat om het te laten omroepen. Ondertussen is het zeeluipaard onder het schip verdwenen. Markus en Lars staan te filmen, het is schitterend. Kaarten raken vol – toch iets meer dan 1300 foto’s genomen. Het dier steelt soms de show: geeuwen, rollen, met de flippers zwaaien. Wat een spektakel ! Als het dier zich na uren verwijderd van het schip, bevinden zich wat krabbeneters aan stuurboord. Dus gaat iedereen die fotograferen. We belanden zo bij de wake van het schip, waar Nina zelfs een Weddell in hemelsblauw water kan fotograferen. Hier vliegen ook wat Noordse sterns – de eerste die blijkbaar dichter dan 100m te zien zijn. De keizerspinguïn werd inmiddels vergezeld van 3 soortgenoten, maar staat nu iets verder af. Naast de polunya stond ook een groepje van 14.

Daarna terug naar de brug om de kaarten te gaan legen en wat op te warmen. Uwe krijgt ons los en is duidelijk in een goede bui. Hij komt me zelfs een of ander verhaal vertellen wanneer hij de Duitse naam wil weten van Rockhopper penguin – dat moet de nieuwe nickname van Carolla worden.

Vandaag verder ook even de fish-eye lens uitgeprobeerd van Markus, maar dat is toch mijn ding niet. De 16-35mm, dat is andere koek.

Na 20h00 alle kaarten geledigd en een backupje gemaakt, vandaag nam ik welgeteld 1873 foto’s, de harde schijf is compleet vol ….

Omstreeks 22h00 even naar Zillertal geweest, waar Bryan rond Loretta hangt, Lars en Sabine staan wat afzijdig. Markus is in zijn nopjes, een DJ krijgt nu een nieuwe betekenis. Uiteindelijk aan de praat geraakt met Sabine en Lars, onder andere over dat we nog eens moeten terug samenkomen en over nog andere koetjes en kalfjes (studies, Engels, sociaal zijn, etc…) praten.

11/01/2013

Om 04h00 op de brug aangekomen blijken we net op de plaats van een CTD te zijn gearriveerd. Ik kan dus weer in bed kruipen. Om 06h00 terug op de brug, maar op dit moment bevindt de CTD zich nog op 2900m diepte. Soit, ik blijf op de brug, moe ben ik toch niet meer. We hebben de klok vannacht een uur teruggedraaid… en in de komende dagen zal dat nog 3x gebeuren. Hoewel de weersvoorspelling tot en met zaterdag 7-8BFT voorzag, waait het amper 1 BFT… De zon staat laag, er is een mooi contrast, het landschap is wederom waanzinnig mooi. Om 07h00 is er de gebruikelijke meeting, de kapitein, Olaf, de first officer, de dokter, de chief engineer enzovoort zijn op de brug. We zetten aan, en hoewel ik aan het speuren ben, hoor ik Florean ‘sea leopard’ roepen. ???. Jawel, vlak voor het schip, amper 50m. Blijkbaar lag dit beest – weeral – achter een hoop sneeuw én was ik te ver aan het kijken. Door de speaker geroepen, fototoestel gegrepen – en gezien dat de verkeerde lens erop zat – andere lens opgezet … inmiddels waren we het dier al langszij gevaren … en eer ik buiten stond lag het beest al op 04h00 … knal tegenlicht natuurlijk. Het beest kroop niet weg en was met opengesperde bek naar de heli aan het kijken – Lars en Folke waren al een uurtje rond het schip aan het vliegen om o.a. te filmen hoe een CTD uit het water kwam. Miljaar, wat een kans om mooie foto’s te nemen … maar te laat (?) gezien. Terug op de brug opnieuw commotie, ditmaal aan bakboord. Snel naar de andere kant gelopen, waar Dominique ‘Southern Bottlenose Whale’ zegt – vals alarm, het zijn twee robben – moeilijk te zien maar waarschijnlijk krabbeneters. Tien minuten later kwam Nina op de brug en keek me aan ‘don’t say anything’. Ze had het beest ook gezien (en zelf gevonden), maar stond op het arbeidsdek en had ook een verkeerde lens op haar fototoestel. Ze moet het dier ongeveer tegelijkertijd met ons hebben gezien, maar aangezien ze 100m naar achteren stond had ze in elk geval betere lichtcondities. Het doet toch een beetje pijn, maar … this is part of the game. De dertiende zeeluipaard voor deze trip … Wat hebben zeeluipaarden met stuurboord, want er werd nog geen enkele aan bakboord gevonden. Om 08h00 vertrokken om te gaan ontbijten, daarna terug naar de brug. Als er een groepje Adelies in de verte opduikt en Carolla me zegt ze aan bakboord te zullen nemen, stel ik me op het C-dek op. Vlak voor we er zijn… botsen we tegen een icefloe en draaien we af… en passeren de Adelies aan stuurboord. Niets aan te doen – ze moet wel lachen als ik terugkom op de brug. Er vliegt om 09h45 een stern voorbij met rode snavel, niet in rui en met mooie witte wang – een Antarctic stern, of op zijn minst een hele goede kandidaat. Verder duikt nog een Minke op in een barst in het ijs vlak voor het schip. Ergens in de loop van de namiddag vind ik – jawel – mijn vijfde zeeluipaard, weliswaar op grote afstand – iets meer dan 2-3km schat ik. Gelukkig steekt het beest even zijn kop omhoog. Ik laat het via de PMR weten, maar enkel Raphaël komt een kijkje nemen. We gaan opnieuw bitter traag vooruit omwille van moeilijke ijscondities, het zonnetje schijnt echter. Even heb ik het moeilijk als ik me realiseer dat binnen een week deze witte hemelwereld voorbij zal zijn. Later tijdens mijn shift, vind ik zowaar mijn 6de zeeluipaard, opnieuw op grote afstand. Sommigen zijn skeptisch, maar als we het beest 2h later (omdat we zo traag vooruitgaan en toch een eind stil lagen) dichter zien, is het wel duidelijk. We zien ook 3 keizerspinguïns, en telkens vragen we ons af of dit de laatste waarneming is. Over de laatste 2 mijl voor een CTD-station, wordt toch enkele uren gedaan. Wanneer we aankomen in een ‘polunya’ – amper een voetbalveld groot – duikt even een Minke op. Altijd wel leuk, maar altijd moeilijk te fotograferen… Verder in de loop van de avond wat besproken hoe en wanneer we nog zullen vliegen. Elephant Island is voor ons een van de belangrijkste zaken, zowat de hoogtepunt van de reis. We hebben zeker nog voldoende vlieguren … ongeveer 24, wat goed is voor 12 vluchten. Hoogstwaarschijnlijk gebruiken we die niet allemaal op. We zouden graag rond Elephant Island 3x vliegen, maar Folke en Lars enerzijds, Brian en Markus anderzijds, zullen waarschijnlijk ook willen vliegen. Aangezien waarschijnlijk een mooring bij Elephant Island wordt gedaan ’s morgen vroeg – en aangezien de doop waarschijnlijk die dag zou doorgaan – vraag ik Dominique om aan de chief scientist in elk geval ’s morgens vroeg een vlucht voor ons aan te vragen, ongeacht hoe vroeg vroeg ook zou zijn. Indien mogelijk nemen we ook een tweede vlucht, nadat Lars en Folke en Brian en Markus hebben gevlogen. Als het weer het toelaat tenminste… ’s Avonds nog een partij waterpolo gespeeld met Markus, Brian, Annette, Raphaël en Alejandro, maar als ik na een klein uur (per ongeluk) een por in mijn ribben krijg is het voor mij genoeg geweest – risico’s wil ik niet nemen…

10/01/2013

Als de wekker afloopt om 03h40 laat Raphaël me weten dat we stilliggen, voor zeker nog een tweetal uur. Het was bovendien al weer iets donkerder deze nacht en nu we noordwaarts varen zal het een dezer dagen wel terug echt donker worden ’s nachts. De telefoon rinkelt eenmaal, dat moet Nina zijn, maar als ik buitenkijk liggen we stil – en helemaal niet in open water. Ik kruip dan maar terug in bed. Omstreeks 05h30 opgestaan en me naar de brug begeven, maar we begonnen pas rond 06h30 echt te varen. Nina is er ook, maar brengt me geen ontbijt, want in de keuken is er een discussie aan de gang tussen Sabine en het keukenpersoneel. Waarover wil ze niet lossen. De wind blies opnieuw hard en afgezien van enkele leuke groepjes Adelies niet veel te zien. Nu en dan beginnen sommige Adelies te stappen in de richting van het schip, en dat zijn steevast adulte beestjes. Van 10 tot 14h liggen we opnieuw stil, tijd dus om de was te doen. Als we om 14h00 vertrekken, zorg ik dat ik opnieuw op de brug sta. Ik probeer er zoveel als mogelijk te zijn, want zoveel tijd rest ons hier niet. Als Sabine meldt dat ze deze avond de machinekamer bezoekt, vraag ik of ik mee kan. Raphaël maakt me attent op een donkere zeehond… en jawel, een dikke vette Weddellzeehond, een exemplaar zoals ze in de boekjes staan. Foto’s zijn niet top, want was net iets te dicht en ik had mijn 300mm niet op mijn fototoestel zitten. Dominique had zijn speaker laten liggen op de brug….We zitten voorts nog steeds in het ijs, hoewel deze zone vorige jaar volledig ijsvrij was. Tijdens mijn shift zie ik een donkere rob liggen achter ijs, maar deze is slecht te zien. Ik roep Raphaël erbij, de kleur en vorm zinnen me niet: donker, een bult ter hoogte van heupen en schouder, en de bult ter hoogte van schoudergordel glijdt langzaam af naar voren… net iets te langzaam voor een krabbeneter. Een fractie van een seconde voor me, roept Raphaël ‘Leopard Seal’. Tadaaa! Mijn vierde exemplaar ! Dit brengt het totaal voor deze trip op 12: 4 gevonden door mij, 4 door Raphaël (maar hij zegt maar 3), 2 door Dominique, 1 door Markus en 1 door Nina. Bryan en Markus waren ook present (of werden opgebeld), want zij staan niet veel later naast ons, samen met Dominique, Loretta, Vera en nog wat anderen. Op hetzelfde moment werd blijkbaar ook een Antarctic Minke knal voor het schip gezien, die vervolgens onder het ijs dook en ergens vlak voor onze neus moet zijn opgedoken, maar niemand heeft die gezien. Leuk was wel dat in hetzelfde beeld met de zeeluipaard, een groepje Adelies verderop stond. Voor de rest nog wat krabbeneters en enkele leuke groepen Adelies, waarvan een toch zeker 90 ex. bedroeg. Van Olaf en Gert leer ik dat een meter kevlar €3,75-4 kost, dus een mooring van 6000 meter kost al aardig wat duiten. Ook wordt de kevlar gekocht en op maat gesmeten als er 10x een gewicht van 0,5T aan is gehangen, om er voor te zorgen dat de afmetingen niet door rek worden beïnvloed. Rond 18h00 bereiken we de plaats waar een recovery moet gebeuren van een mooring, maar deze is volledig bedekt met ijs. Het tellen zit er dus op voor vandaag, want het ijs moet hier volledig worden gebroken. Snel even naar de machinekamer dus…. Samen met Nina en Sabine krijg ik een rondleiding in het Duits, maar het meeste begrijp ik wel. We krijgen een beetje vanalles te zien en te horen. Zo heeft het schip 3000 ton brandstof (diesel aan boord) en zullen we daarvan ca. 2200 ton hebben verbruikt. Een ton brandstof kost ca. $1000. Per dag verbruikt men hier 20000L water, en dat water wordt gehaald uit zeewater door omgekeerde osmose of door een evaporatie-machine. We krijgen de ‘shaft’ te zien, de 4 motoren, de toestellen om zoet water te maken, de ‘olieverversmachines’, etc… Zalig, ik ga zeker nog eens terug om op het gemak wat meer foto’s te nemen. Het is nu wel duidelijk dat ik nog een extra lens nodig heb, met een heel beperkt aantal mm, want de 28-75mm is te groot. Daarna nog nog een partij Rommé gespeeld samen met Nina, Florean en de dokter – en grandioos verloren - om vervolgens nog even te Zillertalen… Markus en Brian houden de bar open.

09/01/2013

We liggen de ganse voormiddag stil, dus slaap ik – voor het eerst – eens uit tot 11h00 – vandaar ook het korte verslag. Pas rond 14h00 wordt er weer gevaren. Er worden heel wat Noordse sterns gezien, en als een snow petrel voor het schip wegsparteld, vrezen we even dat het dier gewond is. Niets is minder waar, deze beestjes zijn gewoon niet goed te been. Even komen we in een sneeuwstorm terecht, en met 7-8BFT vallen sneeuwvlokken niet naar beneden, maar gaan ze horizontaal van links naar rechts. Om 16h30 houden we terug even halt voor een CTD, van 18h30 tot 19h30 wordt weer gevaren. Vandaag is het de laatste dag dat de souvernir-shop geopend wordt, dus snel nog even langs geweest om een koffietas en een draagzak te kopen. Als we om 19h30 een half uurtje stil liggen voor een float, kan ik mijn telling stoppen. Om 20h00 is er een flash mob in de whinchroom en wordt een dansje ter ere van Neptunus voorbereid. Ook schiet Lars wat beelden om een filmpje te maken om Neptunus te jennen. Daarna nog wat gelezen in het ‘grootste spektakel van de wereld’, het een en ander op het internet opgezocht alvorens de volgende dag voor te bereiden (slapen).

08/01/2013

De zichtbaarheid is slecht, amper enkele honderden meters. Tijdens de shift van Carolla zijn we ‘vastgeraakt’ in een ijsschol, dus is het rammen om vooruit te raken. Per rambeurt 25m, maakt dat het traag gaat. Globaal zakken we af naar zuid, omdat we sneller naar zuid afdrijven dan we naar noord aan het rammen zijn. Een uitweg is er voorlopig niet, want we zien niets. Florean is toch blij als hij tijdens zijn shift voor het eerst ramsgewijs meer noord raakt dan driftgewijs zuid. De vertraging maakt dat het moeilijk zal worden om het hele wetenschappelijke programma nog af te werken, er resten immers slechts 5 dagen om 10CTD’s en 5 moorings te doen. Een aantal snow-petrels landen op het ijs, en hoewel het acrobaten zijn in de lucht, zijn het sukkelaartjes op het land – ze zijn duidelijk niet gewend om te wandelen, en ze doen me denken aan kuikentjes met spreidpoten. Uiteindelijk raken we toch rond 10h00 in minder dicht ijs terecht en wordt opnieuw een hogere snelheid (7knopen) bereikt. Af en toe staat er een groepje Adelies op de uitkijk, en even krijgen we een dwergvinvis voor het schip. Na de 5de maal roept Carolla de dwergvinvis om op de intercom, maar natuurlijk komt het dier dan geen 6de keer boven. Carolla is duidelijk niet goed gezind als men van plan is de brug te stofzuigen, maar als de werkmannen toch ook laten weten dat het tijdens iemand zijn shift moet gebeuren haalt ze oorbeschermers uit. Uiteindelijk kan er toch ook wel een glimlach af. We zien eerst 7 southern gian petrels, waarvan twee exemplaren volledig wit zijn – white nelly’s – eindelijk. Enkele minuten later zitten er nog 18 langs de ijsrand met opnieuw 2 white Nelly’s. Markus en Brian komen filmen als Holger Carolla’s shift komt overnemen en zijn shiftelijks ritueel begint: deur open (no matter how cold), koffie zetten en dan het roer overnemen. Zoals gewoonlijk is hij ook in het zwart gekleed en op Brians vragen waarom dit zo is antwoordt hij ‘black makes slim’. Brian gaat even later buiten vooraan beelden schieten van mensen die heen en weer op de brug lopen. Nadat hij wat beelden schiet pal voor het schip en wat staat te rusten, duikt er een dwergvinvis op … maar blijkbaar ziet hij het niet. Ik stuur Brian aan Markus er toch op attent te maken, maar helaas, hij is te laat. Tijdens mijn shift vind ik twee zeeluipaarden – hiephoera – eentje o pakweg 500m – Raphaël krijgt die nog te zien – en een tweede op grote afstand. De voorlopige zeeluipaardstand moet nu iets zijn van Raphaël 3 (of4), Markus 1, Dominique 2, Alejandro 1, ikzelf 3. Verder nog een aantal Weddelzeehonden en krabbeneters en behoorlijk wat Noordse sterns.

In de Red Saloon werd een offeraltaar gemaakt voor Neptunus als ook werden wat posters opgehangen. Er zijn blijkbaar twee fronten: de Neptunuspaaiers en de harde kern van Neptunus Counter Forces. De quiz laat ik vandaag aan mij voorbijgaan aangezien er toch nu en dan wat zeehonden zijn en we niet al te lang meer in het ijs zullen zitten. De dag afgesloten met de laatste Batman-fim.

07/01/2013

Gigantische moeheid is wat ik lijfelijke ervaar als ik opsta. Florean en Nina vinden het bijzonder grappig me als een zombie op de brug te zien aankomen – hoewel ik toch een dikke vijf-en-een-halve uur heb geslapen. Het kost me zeker een uur om echt wakker te worden. Vannacht is de zon onder de horizon gedoken, wat niet betekent dat het donker is geworden. De zon staat in elk geval laag om 04h00, het ijs is rozeoranje – schitterend. Er is bij wijze van spreken geen kat te beleven op het ijs – hoewel er massa’s sporen van pinguïns en nu en dan sporen van zeehonden te zien zijn - dus al gauw beland ik in de stoel van de officier – dat is op zijn minst duizenzevenhonderd keer comfortabeler zitten. Met muziek van Ben Howard en Nouvelle Vogue op de achtergrond, proberen zowel Florean als ikzelf te vissen achter nieuwe gossip bij Nina. Echter, what happens on the ship stays on the ship, al zijn bepaalde zaken toch in zeker zin ‘sad’, als je weet dat iemand hard gekwetst zal worden. Soit. Buiten is het ijskoud. De wind snijdt doorheen de kleren. Het waait 6BFT en de luchttemperatuur is iets van -6°C, dus windchillgewijs kan je toch rekenen op ca. -15°C. En dat is koud– maar op de brug is het warm. Het gesprek gaat naar het einde van de shift over naar opknappen van het huis – vooral een werkje van mijn vriendin – en op Floreans gezicht verschijnt wederom een brede lach, want hij zit op dat vlak in hetzelfde schuitje: bij zijn thuiskomst heeft altijd een deel van het huis wel een opknapbeurt gekregen. Verder leer ik mijn derde stokwoordje ‘gennou’, na‘jaja’ en ‘ach ja’. Twintig minuten eerder dan gewoonlijk verschijnt Dominique op de brug – met de melding dat ik kan gaan eten - hij heeft van 08h05 tot 08h30-09h00 blijkbaar een interview met Deckers en Ornelis.

Omstreeks 09h30 raakt Carolla vast te zitten. Opnieuw is vast ‘goed vast’. Aangezien we nu al wat vertraging hebben opgelopen, komt de kapitein vrij snel op de brug en geeft commando om de kraan te gebruiken … met gewichten. Bryan wordt snel opgebeld en ook ik ga naar buiten. Koud, miljaar zo koud. Een goede 12 ton treinwielen gaan samen met ballastwater van links naar rechts om ons los te wrikken. Terug binnen is Bryan in de wolken aangezien de first officer – de o zo strenge first officer waar iedereen zo’n vrees voor had, maar tijdens deze trip volledig is ontdooid (vreemd in zo’n koud gebied) –een leuke move had gedaan om uit te leggen wat de functie van ballasttanks is. Eens los, vaart Carolla de lieve Polarstern achteruit, om haar tijdens de eerste rambeurt weer vast te zetten. Sommigen lopen er wat beteuterd bij omdat ze gisteren Florean’s kunde in vraag hadden gesteld en Carolla ophemelden, terwijl ik nog zei dat iedereen dit kon overkomen en je simpelweg moet leren om ijs te lezen, en net Carolla nu vast komt te zitten – tot tweemaal toe. In elk geval leren we dat niet enkel de dikte van het ijs, maar ook de eropliggende sneeuw, de wind en de aanwezigheid van open water een belangrijke rol spelen in het al dan niet vast komen te zitten.

Ik lag om 12h30 nog maar een goed vijf minuten op mijn bed of ik hoor ‘leopard seal à trois heures, proche’. Verdorie ! Raphaël heeft net zijn derde leopard gevonden, maar eer ik boven en buiten sta, ligt het beest al op 04h30 en echt dicht is het niet. Ik neem zelf de moeite niet om foto’s te nemen. Toch weer knap gevonden – al is het natuurlijk ook toeval dat er tijdens‘jouw’ shift zo’n beest op het ijs ligt. Als ze er niet liggen, kan je ze niet zien. Maar ik geef toe dat ik toch wel een beetje jaloers ben, en er ook zelf eentje wil vinden. Nina heb ik in elk geval goede instructies gegeven: ze mag niet zeggen dat ze een zeehond (mogelijke zeeluipaard ziet liggen) ziet liggen, maar moet een suggestie maken dat ik een foto neem van een landschappelijk tafereel in een bepaalde richting. Soit, ik pak mijn boeltje en ga wat op de brug werken. Holger heeft klassieke muziek goed luid opstaan, en draai of keer het zoals je wilt, maar klassieke muziek is ‘bere’. Klassieke muziek goed luid, het ongelofelijk kraken van bevroren sneeuw en ijs, gecombineerd met het af en toe vervaarlijk overhellen van het schip … onbeschrijfelijk. Aan stuurboord ligt even een rob die ons wat moeilijkheden bezorgd omdat ze op haar flank ligt, maar als een tweede rob er vlakbij uit het water springt is het duidelijk: Weddells.

Als Raphael mijn richting uitwandelt met zijn telescoop, zie ik aan stuurboord in de verte een zwart puntje: een lompe rob … zeeluipaard. Eindelijk– al is het eigenlijk maar een halve vondst. De wind neemt geleidelijk in kracht toe, deze morgen was het 5-6BFT, in de namiddag is het al regelmatig 8 BFT, en de aanvankelijke pieken 9 BFT worden langzaam maar zeker een consistente 9 BFT. Lap, enkele dagen terug was het windstil in de Drake Passage, en nu we die richting uitgaan beginnen de windgoden hun aanwezigheid te laten zien.

We zien nog een grote krabbeneter – in de verte dachten we aan een zeeluipaard – en voor het eerst zie ik grote icefloes schuiven door de wind. De hemel is lichtgrijs, en gaat horizonloos over in het witte ijslandschap dat slechts hier en daar onderbroken wordt door stroken donkerblauw waar het water niet, of slechts door een flinterdun laagje ijs, is bedekt. Het ijs wordt dunner en zachter, we varen er vlotjes door. Om 16h26 zie ik toch op anderhalve kilometer een rob liggen, jawel, dit is mijn eerste echte zelfgevonden zeeluipaard ! Hoera, en ik kan mijn blijdschap niet onder stoelen of banken stoppen. Een groepje van 26 Adelie’s staat op een ijsschots in een ‘kanaal’, en het wordt even gieren als we er recht op afvaren, de Adelies op het laatste moment in het water springen maar direct terug op het ijs proberen te springen– alsof het water veel te koud had. Omdat we de ijsschots vooruit duwen, misrekenen een aantal Adelie’s zich en springen naast de icefloe – hilarisch. Ik probeer het met mijn fototoestel te filmen, maar we vaarden net iets te dichtbij en het ging te snel.

Om 20h00 naar de kamer afgezakt, en daar krijg ik van Raphael te horen dat de chief scientist blijkbaar heeft aangeraden alles in de kamer vast te maken. Bizar, in het ijs zijn nochtans geen grote golven … maar misschien komen we in open water terecht vannacht ? We zien wel. Om de avond af te sluiten nog een partijtje waterpolo gespeeld.

06/01/2013 (04/01 ook aangevuld)

Als ik op de brug kom zitten we in 100% ijs. Het witte landschap is fenomenaal: er is wit-wit ijs, er is grijswit ijs (ijs dat aan het smelten is en dunner is), en sneeuwblokken op de vele ridges hebben een saffierblauwe tint. In het oosten is de lucht pasteldonkerblauw, in het westen licht grijsblauw met pastelkleurige rozeoranje vegen. Als ik even naar dek C loop om een foto te nemen van een keizerspinguïn, merk ik dat het toch vrij donker is: sluitersnelheden van 1/160s, waar dat doorgaans toch 1/1000s tot 1/2000s is. Het is zalig op de brug: het schouwspel van de kleuren, de rust, het geluid van brekend ijs en de draaiende ijsklompen en het ‘gecrunch’ of gekraak van sneeuw, het ronken van de motor. We varen even langs 27 Adelies, en ja, het is weer van dat: hollen op het laatste moment. Sabine drinkt rooibos-en-vanillethee, de geur vult de brug. Zalig. We hebben in principe 2 dagen non-stop varen voor de boeg, maar als Florean door een ridge probeert te breken, raken we vast. Moervast. We raken niet meer vooruit, niet meer achteruit. Ballastwater wordt van links naar rechts gepompt, maar het schip veroert geen vin. Na een kwartiertje roept Florean toch maar de kapitein uit bed … maar ook zijn manoevers halen in eerste instantie niets uit. Wrikkelen van links naar rechts, nope. Florean zit er een beetje mee verveeld dat het weer tijdens zijn shift is, want hij heeft duidelijk de minste ervaring met ijsbreken. Ach, zoiets moet je leren door ervaring, en de ene kan ijs makkelijker lezen dan de andere. Ik had tijdens de morgen nog Florean het verhaal van een vriend-woestijnrallyrijder verteld, en herinnerde hem er nog even aan (het was een woestijnrally van 60km. Het racewagen was hypermodern en voorzien van alle laatstenieuwe snufjes – de boite alleen koste 5 miljoen Belgische franken, pakweg €40000. Hij vertrok op hetzelfde moment als een gammele jeep met wat locals. Toen ze echter uren later op de aankomstplaats arriveerden, zaten die locals al te barbecueën … die locals wisten ‘zand’ te lezen, en reden van plaats A naar B zonder ook maar vast te komen zitten, terwijl alle zand voor ons allemaal eender lijkt.

Als we om 10h30 nog steeds vastzitten, worden de grote middelen bovengehaald: alle mooringgewichten (treinwielen) worden aan elkaar vastgehangen en via de grote kraan op het achterdek afwisselen naar stuurboord en bakboord gebracht. Op deze manier raken we toch los, en om 11h30 gaan we er weer vandoor. De kapitein zag twee Minke’s in de ‘wake’ van het schip.

Tijdens de middag naar de radio-officer geweest met het vliegticket en een aantal papieren om te ondertekenen, onder andere een verklaring dat je geen drank en eten binnenbrengt. Een appel binnenbrengen kan wel $100 fine kosten … en op de vraag of ik een doosje ‘Mon cheri’s’ mag meenemen, krijg ik de raad mee om het toch maar te vragen als de douaniers op het schip komen wanneer we aanmeren. We moeten ook op een lijst schrijven hoeveel laptops, mp3-spelers, camera’s, verrenkijkers etc… hebben – blijkbaar zijn ze hier behoorlijk streng.

In de namiddag dropt de heli eerst Folke en Lars op het ijs om wat beelden te schieten, daarna zijn Bryan en Markus aan de beurt. Wij kunnen wat plaatjes schieten van de heli op het ijs, Raphaël is steevast te laat en met Karo kunnen we hier flink om lachen. Holger, met zijn bakken ervaring, beukt het schip door het ijs en we rollen van links naar rechts. Holger verzorgt de communicatie tussen taxi Hans (de heli) en Markus en Bryan. Ik ontdek een superdichte Weddell achter een ijsblok, maar die kiest het hazepad zodra hij ons te zien krijgt – zoals gewoonlijk. Het dier heeft een kolossale wonde aan zijn linkerflank, dus moeten er zeeluipaarden in de buurt zitten … Die Weddells zijn verder toch een pak schuwer dan de krabbeneters. Ik ontdek een mega-dichte Minke, die Holger via de intercom omroept, te dicht om volledig op foto te krijgen, en als Raphaël in de verte aan het turen is maak ik hem attent op de Minke die voor zijn neus (maar blijkbaar buiten zijn beeld) zwom. Beide Minke’s zitten zo dicht dat we ze horen ‘blowen’. Deze Antarctic Minke’s zijn echt wel groot, en als ik dat aan Anette vertel, meende ze zich te herinneren dat ze ook effectief een pak groter zijn dan de noordelijke dwergvinvissen – idem dito voor gewone vinvis en blauwe vinvis. Ze gaat dit even opzoeken en bevestigt dit dan ook later tijdens het avondmaal. Ondertussen ook ontdekt dat je – in tegenstelling tot wat in de handleiding staat – wel kunt focussen tijdens het filmen met een 7D, en dat even uitgelegd aan Raphaël, die iets meer filmt dan ikzelf. Handig, alleen is het jammer dat ik dit pas nu ontdek.

Florean neemt om 16h00 het roer over van Holger… en jawel, pakweg een half uur later zitten we weer moervast. Florean lacht groen. De kapitein komt op de brug en als hij het schip niet in beweging krijgt, wordt vrij snel de opdracht gegeven aan Uwe om met de kraan te spelen. Snel Markus en Bryan gebeld, helaas worden geen gewichten gebruikt. Na wat heen en weer gewiebel raken we los en kunnen we doorvaren. Nu en dan komen we nog eens blok te zitten omdat het ijs te dik is en moet er geramd worden. Als Loretta op de brug komt en wat muziek opzet, heb ik twee verzoeknummers: Natural sounds (Moby) en Murderers (Johnny Frisciante of zoiets) – de nummers die door Floreans shift inmiddels verslavend werken en voor eeuwig in mijn hersenen gegraveerd zijn. Ik leer hier nu Florence and the Machine en Friska Foljer kennen, veel dank Loretta ! Diersgewijs wordt er niet veel meer gezien. Aangezien we trager dan 5 knopen per uur varen moet er officieel niet geteld worden, en dus ga ik het laatste half uur van mijn shift de voorstelling van Ilse en Karo over hun onderzoek naar Weddellzeehonden bijwonen.

Na mijn shift nog wat waterpolo gespeeld met Steffi, Sebastian, Fredericke en Matthias. Hoewel Matthias de bal steeds met twee handen gooit, heb ik nog maar weinig mensen gezien die zoveel treffers schieten. Miljaar. Na het zwemmen even naar de Red Saloon, en daar speelde de laatste Batman. Na een uurtje het toch voor bekeken gehouden, ik kijk de film de komende dagen wel uit…

05/01/2013

Het zal wel deels liggen aan het feit dat ik weinig geslapen heb, maar het was toch even balen toen Raphaël me meldde 6 Weddellzeehonden gezien te hebben, van kortbij – en met de foto’s toonde – maar hij me/ons dit niet via de radio had laten weten. De enige Weddel’s die we tot zover hadden gezien lagen op 5km afstand en dat was inmiddels ook al bijna tien dagen geleden. Echt gelukkig begon ik niet aan mijn shift. Tijdens mijn shift enkele robben gezien, maar dat waren of Crabeaters ofwel beesten die nogal grijs waren, maar steeds te ver lagen om er echt iets van te maken. Folke en Ralf komen naar de brug omdat ze een vlucht om 05h00 wilden, maar die gaat niet door omwille van kans op sneeuw. Soms is het bizar, ondanks vrij hevig sneeuw werd wel gevlogen toen de reddingsloepen werden getest. Omdat de vlucht niet doorging, blijft Folke plakken op de brug en het gaat er af en toe luid aan toe. Als ik even ga ontbijten zie ik dat alle aanplakbiljetten over de aankomende doop – waarop een bibberende pinguin voor de WC staat met de tekst ‘Scheisse’ – bedekt zijn met een affiche ‘We are numerous (The Neptune Counter Force), alsook dat deze affiche op elke deur van het doopcommittée hangt. Raphaël heeft zijn werk gedaan, al hangt enkele uren later een exemplaar van deze affiche op onze deur, met daarop de tekst ‘Don’t mess with Neptune’.

Tijdens Dominique’s shift krijgen we echter eerst twee Weddells te zien. Omdat we niet honderd procent zeker zijn wordt Ilse erbij geroepen. Ze moet toegeven dat het niet eenvoudig is, en in elk geval een pak moeilijker dan in Atca Bay zelf, want bij twijfel rijd je daar gewoon tot bij het beest. Hier liggen de robben achter blokken ijs en laten zich verre van altijd zien. Bovendien is het volgens Ilse vreemd om hier – op deze locatie en in een eerder atypisch milieu – deze dieren te zien. Algauw volgen er nog wat robben, en zowat de helft zijn weddell-zeehonden, de andere helft krabbeneters. Eenvoudig is het absoluut niet, en wederom blijkt dat de alomgeprezen determinatiegidsen van Shirihai eigenlijk serieus tekort schieten: de daarin afgebeelde dieren zijn blijkbaar verre van typische exemplaren die dus eigenlijk niet representatief zijn voor veldherkenning, en afgaande op deze tekeningen zouden we tot op heden nog geen enkele Weddell hebben gezien. Ook in het noorden was ons dit opgevallen: geen enkele afbeelding en beschrijving van jonge robben, terwijl het merendeel van de robben die we in het veld tegenkwamen, jonge robben waren.

We zitten in een ijslandschap, de bedekkingsgraad bedraagt voortdurend 95-100%. We varen op 4 motoren, maar meestal gaat de vooruitgang vrij vlot en bedraagt de snelheid tussen de 7 en 10 knopen. Slechts een aantal keren raken we vast en moeten we gaan rammen. Als we even bij een kleine polunya liggen, komt een dwergvinvis boven en die kan ik fotograferen. Eigenlijk was die gevonden door Wei, een Chinese kerel aan boord die de Chinese ebay heel hard mist. De 2000mm lens die hij voor de trip op ebay had gekocht voor een €300, was helaas niet aangekomen. Volgens Wei was dit een super lens, al heb ik daar mijn twijfels bij aangezien een 1200mm lens van Canon ca. €100000 kost en bewegingsonscherpte een extreem probleem is bij deze lenzen. Verder varen we enkele mooie ijsbergen voorbij, waarop zwarte strepen aanwezig zijn, die aanduiden dat ze ooit met land verbonden waren.

We komen pas tegen 13h00 – dat is een dikke 4-5h later dan gepland – aan op het station waar een CTD en Mooring moet gebeuren. Omdat er niet geteld moet worden, wordt er eerst een powernap gedaan –ik viel bijna letterlijk in slaap op de brug - en is het daarna tijd om foto’s te selecteren, want de harde schijf zit inmiddels proppensvol, en ik zou graag mijn foto’s zowel op de harde schijf van mijn computer als de externe harde schijf hebben, want ik heb in het verleden net iets teveel harde schijven gehad die de geest gaven. Verder merk ik in de namiddag dat de riem van mijn laptoptas stuk is, dus die moeten we een dezer dagen herstellen.

Markus en Brian hadden in de namiddag de Blue Saloon wat ingericht om een interview af te nemen met de kapitein, en Raphaël mocht even als testpersoon spelen om te zien of de belichting goed zat.

Rond 18h30 vertrokken we terug, maar tijdens mijn shift nauwelijks iets gezien. Een keizerpinguïn staat even langsbij, en Raphaël en ik gaan nog even foto’s nemen, je weet immers nooit wanneer het de laatste zal zijn. Op de brug staat ook de eerste officier Ube, en het blijf ongeloofwaardig hoe die man veranderd is in vergelijking tot afgelopen zomer. Hij maakt de ganse tijd grapjes, is vriendelijk en niet kortaf, spreekt met vrouwen en is hulpvaardig. Een mooi voorbeeld van hoe het gedrag van de ene persoon voor een groot stuk bepaald wordt door het gedrag van een andere. Kapitein Pahle is de verpersoonlijking van vriendelijkheid, zachtheid en rust die het opperste vertrouwen stelt in zijn officieren – terwijl kapitein Schwarze de norse stoere zeebonk is, die graag alles zelf doet. Toch een knap staaltje psychologie.

Dominique komt na de meeting even langs met de vraag of ik de foto’s van de mensen van het doopcomité zou kunnen bewerken (blauwe ogen, littekens, etcc..) tegen morgen, maar tijd ontbreekt me. Daarom wordt de vraag naar verschillende andere personen gericht, Bryan zou misschien wat cartoons kunnen maken. Als hij vertrekt, brieft Raphaël me over wat in de meeting werd gezegd.

De evening-talk is in het Duits, dus Dominique is de enige die deze zal bijwonen. Deze voorstelling loopt wat uit, dus neem ik de shift over tot ik een half uurtje later hoor ‘en edde nog Weddells gezien’? Mijn shift zit er op, nog wat computerwerk en dan slapen.

04/01/2013

Ik heb slecht geslapen, dus kom ik doodmoe op de brug. We zitten in ijs, veel is er niet te zien, het weer is donker en grijs. Florean legt de muziek op van de soundtrack van Die fabelhafte de Welte der Amelie – naar het schijnt een mooie film – en die muziek kan ik ook wel bekoren. Met Florean wat gevist achter roddels, maar Sabine lost niets – behalve … nu ja, what happens on the ship stays on the ship. Als Sabine vertrokken is nog wat doorgeleuterd, en ik hou toch van het schip, vooral omdat ik hier leef in een droomwereld, of zoals Florean het verwoord: in een microcosmos. Geen internet, geen media die bericht over oorlogen, moorden en geweld, geen hypocriet politiek gedoe, geen crisis, geen drukte-van-jewelste, geen rondslingerend afval … gewoon rust, veel licht, fris buiten, warm binnen, geen menselijk leven te bespeuren zo ver je kan kijken, stilte – absolute stilte – op het reeds vertrouwde geronk van de motoren na. Ina zit voor de zoveelste dag op rij haar muts te haken, en af en toe plagen we haar wel wat. Ongelofelijk dat twee gasten ergens rijk zijn geworden door 95000 mutsen te haken, die elk worden verkocht aan €60. Een ware hype, ben het merk vergeten. Adelie-pinguins zorgen voor afleiding, en eigenlijk is dit het vijfde item waar je nooit moe van wordt om naar te kijken: Adelie pinguins. Ze zijn de verpersoonlijking van grappigheid. Een keizerspinguïn blijft bij het langsvaren vrij lang dichtbij staan, en eindelijk slaag ik er in om de foto’s te maken die ik wou maken.

Tegen 09h00 stoppen we met varen omwille van een CTD en een mooring, die het grootste deel van de dag in zullen nemen. Enkele dagen terug op de server ontdekt dat Sebastian enkele foto’s van Weddellzeehond had geplaatst – die hij op 29/12 had genomen. Raphaël, Dominique en Alejandro waren overtuigd dat dit een krabbeneter was, ikzelf had mijn twijfels. Ik vroeg Sebastien gisteren of hij de foto’s had getoond aan Ilse, en daarop kreeg ik een positief antwoord. Daarom alle kenmerken er nog eens op nagelezen, en de determinatie van Sebastian was inderdaad correct. Makkelijk is het niet, maar blijkbaar zijn er naast het vachtpatroon dat weinig betrouwbaar is, toch een aantal andere kenmerken duidelijk zichtbaar, o.a. wit boven de ogen, een witte snoet en witte lippen. Hopelijk krijgen wij er ook nog te zien… Toen ik Dominique hiervan op de hoogte bracht, bleef hij wantrouwig en moest hij het zelf van Ilse horen.

Om 16h00 vertrekken we terug – en op een paar crabeaters was na er niet veel te zien. Alejandro komt rond 19h00 zeggen dat er net een Leopard Seal aan stuurboordzijde lag – miljaar – ik was aan bakboord aan het tellen. Blijkbaar lag het beest vrij dichtbij, maar mits ze zo vaak achter een blok ijs/sneeuw liggen, kijk je ze zo over het hoofd. Daar ging mijn kans om er zelf eentje te vinden. Dominique heeft er al 2, Raphaël 1, Nina 1, Alejandro 1 gevonden, en ik wil er natuurlijk ook eentje zelf vinden… Nadien nog even met Folke en Nina in de Red Saloon gezeten en gepraat over doctoraten, verkopen van foto’s, etc…

03/01/2013

Als de wekker om 03h45 afloopt, meldt Raphaël me dat er een CTD aan de gang is, dus ik kan blijven slapen. Om 06h30 merk ik echter dat we aan het varen zijn, dus ga ik naar de brug. Daar vertelt Nina me dat we maar een verplaatsing van enkele minuten maken om de plaats van een mooring te bereiken, dus kruip ik terug in bed. Om 07h30 merk ik dat we aan het varen zijn, dus zet ik even DShip en Mapviewer op: we varen 5 knopen – dus moet er geteld worden - en op Mapviewer is het niet duidelijk of we rondjes varen of niet. Terug naar de brug, en daar krijg ik te horen dat we inderdaad rondjes varen. Terug naar mijn kamer dus, maar nu kruip ik niet meer in bed. Na het ontbijt merk ik dat wat snow petrels achter de boot hangen, dus ga ik die maar wat fotograferen, het licht is immers niet slecht. Misschien, hopelijk, heb ik nu eindelijk wat deftige foto’s van deze soort. Om 13h00 besluit ik een dutje te gaan doen, want ‘je suis crasé’. Dit overkomt je hier wel meer, van fit naar doodmoe in minder dan een half uur tijd. Om 14h40 kom ik even wakker, maar besluit nog wat te blijven liggen. Om 14h50 hoor ik Raphaël door de speaker iets zeggen, maar het is niet duidelijk, toch meen ik Leopard Seal te horen. Snel naar de brug, en op 04h00 ligt inderdaad een Leopard Seal. Raphaël had hem te laat als dusdanig herkend, want het exemplaar lag aanvankelijk op zijn zijde en dan lijken ze op crabeaters. Toen het dier op zijn buik ging liggen, was het meteen duidelijk … jammer, maar niets aan te doen. Dominique stond blootvoets buiten, de cameraploeg kon alles vastleggen op beeld.

Tijdens mijn shift niet veel te zien, nauwelijks enig crabeaters, nauwelijks vogels. Om 18h00 merk ik een groepje Adelie’s zwemmend voor het schip op, en als ze even aan het foerageren zijn, merk ik dat er zich een albino-exemplaar tussen bevindt. Ik neem mijn camera om deze te fotograferen, maar als ik buiten ben, moeten we te dichtbij genaderd zijn en zijn de pinguïns weggezwommen. Het kost wat tijd om ze terug te vinden, maar de pinguïns zijn van het schip aan het “wegzwemspringen”, en natuurlijk knaltegenlicht. Kleuren zijn nauwelijks te onderscheiden. Ik probeer gewoon de pinguïns te fotograferen, maar het is ‘blind’ fotograferen, want ik kan niet inschatten waar de witte pinguïn zich bevindt. Ik roep Raphaël en Dominqiue op, maar zij krijgen het beest niet meer te zien. Op enkele foto’s is het dier te zien.

Markus en Brian nemen een interview af van Flo(rean), en diens zin ‘According to captain Swartze there are three things you never get tired of watching: flames, flowing water and people working. I add ‘breaking ice’ to that list’. Dat is de nagel op de kop. Dit ijslandschap verveelt nooit. Nooit. Nooit.

Het dagverslag van vandaag en gisteren typend, komt een melding van Dominique door de speaker: een dichte leopard seal aan stuurboord. In t-shirt en blootvoets naar buiten gestormd, en daar ligt inderdaad een leopard seal, op 3-4h. Niet zo dicht als de vorige, maar toch. Het beest ligt op zijn zij, en het is verdorie niet zo eenvoudig ze te onderscheiden van crabeaters. Een aantal mensen waren mij gevolgd toen ik door de Red Saloon stormde en krijgen het beest ook te zien, al is het zonder verrekijker en de nodige kennis volgens mij niet mogelijk om dit beest als leopard seal te herkennen. Terug in de kamer, merkt Raphaël van uit het raampje twee crabeaters op die zalig dichtbij liggen. Aangezien we in het ijs zitten, langzaam varen en ik het fototoestel in mijn hand heb, snel even naar buiten geglipt en wat foto’s genomen.

So far, so good. Voor morgen wordt verwacht dat we in relatief dik ijs zullen terechtkomen, ijscondities zoals we hadden toen we compleet vast kwamen te zitten. Zeker is dit niet, want ijscondities aflezen van sattelietbeelden blijkt toch vaak wat giswerk te zijn, niet alleen omdat ijs zich vrij snel verplaatst, maar ook omdat de dikte van het ijs niet uit de beelden op te maken valt.

02/01/2013

Addendum 01/01/2013

Om 22h30 kruip ik in bed. Een dik kwartier later hoor ik door de speaker Dominique: misschien een verre Leopard Seal. Niet zeker, maar ziet er goed uit. Raphaël en ik stormen naar boven. Dominique staat boven op Monkey Island. We zien het dier frontaal. Ziet er goed uit, maar niet zeker. De Polarstern draait wat en het ziet er naar uit dat we het dier toch niet zo dicht zullen passeren, but never mind… en dan draait de Polarstern weer wat… ik grijp mijn fototoestel en ga naar het D-dek… want nu ziet het er naar uit dat we het dier DICHT zullen passeren. Ondertussen was de determinatie al zeker. Zalig, schitterend, subliem. Monstrueux. Coche ! Zeeluipaard op pakweg 30 meter, en als we langszij varen verkruipt hij wat. Wat een monster, wat een loebas. Zalig !

(einde addendum 01/01/2013)

Raphaël had tijdens zijn shift twee Minke’s, een aantal krabeters en een verre Ross’ Seal. Niet slecht, en veel meer dan ik tijdens mijn shift zou zien. Als de dokter op de brug komt, zijn wat pinguïns aan het ‘zwemspringen’. De dokter vraagt me waarom ze dit doen, en even mijn kennis gebruikend kan ik drie redenen bedenken, die allemaal predator-gerelateerd zijn:

1) door uit het water te springen verliest de predator oogcontact, wat het moeilijk zou maken om een prooi te grijpen. Toch twijfel ik dat dit de reden zou zijn, want uit het water kunnen ze niet van richting veranderen, en het is dus heel goed voorspelbaar waar de pinguïns terug het water in komen – pakweg een meter verder en een fractie van een seconde later;

2) door uit het water te springen spreiden ze hun belager hun eigen ‘fitheid’ ten toon – zoals impala’s ook doen wanneer ze belaagt worden door leeuwen: kijk hoe hoog ik kan springen, ik verkeer in een ongelofelijk goede conditie, je hoeft me niet proberen te pakken want dat zal niet lukken. Gekoppeld hieraan, moet je ook niet extreem hoog springen, je moet enkel hoger springen dan de laagste springer – dat is het grote voordeel van het leven in groepen van prooisoorten: je moet sneller kunnen lopen dan je belager, je moet enkel sneller kunnen lopen dan de traagste van je groep om niet gegrepen te worden;

3) misschien wel de meest aannemelijke reden: pinguïns zijn vogels en ademen via de longen, ze moeten hiervoor dus aan de oppervlakte komen. Aangezien ze – vluchtend voor een belager – vrij snel zwemmen, is een een logisch gevolg van aan de oppervlakte komen dat ze er min of meer uit gecatapulteerd worden. De meest efficiënte manier om dit te doen (zonder snelheid-, energie- en tijdverlies) is dus om via een golfbeweging boven te komen (ze zouden ook gewoon hun kop boven water kunnen steken zoals ze al foeragerend doen, maar dan verliezen ze behoorlijk wat snelheid en breken ze langer door het water).

Op de middag krijgen we een telefoon van Bryan: er zit een dichte Minke rond het schip. Het beest zat er zeker al 5 minuten, mooi fotografeerbaar, maar niemand eerder had er aan gedacht ons te verwittigen. Een beetje pijnlijk als we later foto’s te zien krijgt van een spyhoppende en breachende vinvis. Rond 13h00 worden de reddingsbootjes getest, en we krijgen de gelegenheid om met een reddingsboot mee te varen. Een knaloranje ding, zo gebouwd dat hij altijd terug met zijn bovenzijde bovenkomt, en voorzien van 42000 kilokaloriën voedsel – dat zou voldoende moeten zijn om 15 mensen 300 dagen van eten te voorzien (als er geen fouten in de berekeningen zitten) – en brandstof om 72h te varen. Als de brandstof op is, moet er gepeddeld worden. De luiken vliegen open, er staat nauwelijks wind, het water is zo plat als iets. Heerlijk. Markus en Bryan filmen het ganse gebeuren vanuit de heli – die bijtijds bijzonder laag langs komt vliegen. We zitten een uurtje in de reddingssloep en varen wat rond het schip. Schitterend – genieten. Raphaël is zichtbaar moe :o). Comfortabel is het voor mij, Raphaël en een paar anderen niet, omdat er onvoldoende opblaasbare reddingsvesten waren en we de reddingsvest uit de eigen cabine moesten dragen – en die zijn net iets te volumineus.

Terug aan boord hoor ik door de speaker Raphaël ‘iets’ roepen (leopard seal?), en naar de brug rennend loop ik door de Red Saloon – waar op dat moment aardig wat volk zit – met de melding dat er misschien een leopard seal was. Helaas bleek het vals alarm, Raphaël meldde alleen dat er heel veel crabeaters waren – enkele tientallen in nauwelijks een half uur.

Als ik tijdens mijn shift een tweede keer wat volk naar de brug deed komen met een bijzonder groot lijkende rob, die toch een crabeater bleek te zijn, merk ik als iedereen weg is een platte vlek op het water. Soms wordt dat veroorzaakt door ijs, maar het kan ook van een walvis zijn. Ik laat het Ilse en Karo weten (staan beiden nog op de brug), en jawel, daar ontstaat een tweede, derde en vierde ‘vlek’… en dan een komt de minke boven. Leuk ! De minke begint zowaar een paar keer te breachen en ik slaag er in om foto’s te nemen. Iets later merk ik twee Ross’ seals op, maar helaas begint het zo hard te sneeuwen dat de zichtbaarheid zakt, en eer ik zeker was van de determinatie verdween het dichtste dier achter een hoop sneeuw. Voor de derde keer komen een aantal mensen naar de brug voor niets. De avond is leuk: vrijwel geen wind, stroken ijs en water wisselen elkaar af, het water vertoont geen rimpeltje, het licht is schitterend: tijd om wat landschapsfoto’s te nemen voor ik in bed kruip.

31/12/2012

Vandaag opnieuw een dagje Weddelzeeën, en we weten inmiddels wat dat betekent. Vandaag liet een Minke Whale zich even goed zien, alleen kwam het niet in me op om er foto’s van te nemen. In de voormiddag was nog af en toe een keizerpinguïn te zien en het aantal crabeaters moet ergens de 30 of 40 benaderen. Helaas geen zeeluipaard, verdorie toch. Verder wat foto’s geselecteerd en het dagboek van de voorbije dagen afgewerkt. Enkel nog 27 en 28 december uitschrijven, hopelijk lukt dat morgen. De voorstelling van Markus en Brian (Amerikaanse filmploeg) was zalig. Beiden hebben er een aantal leuke projecten voor discovery channel toestanden op zitten, zoals robotwars, fragmenten van mythbusters (of toch soortgelijke programma’s) en het ground zero project. Het project waar Markus al 5 jaar op werkt was ronduit schitterend, alleen jammer dat zijn film nog geen aanhang vindt. Het stukje footage over de Polarstern die ze reeds hebben gemaakt, was subliem. Dat belooft voor de 6-delige serie die in maart-april zou moeten uitkomen. Met een beetje geluk krijgen we ook alle afleveringen op DVD toegestuurd. Deze avond is er eerst nog een Duitstalige film en dan een drink in de heli-hanger. Om het nieuwjaar te vieren werd iedereen rond middernacht op de brug verwacht waar een glas champagne werd aangeboden. Daarna ging het feest terug door in de heli-hangar, maar om 02h00 kroop ik toch onder de lakens om toch een tweetal uur nachtrust te hebben.

30/12/2012

De dagen in de Weddell-zee lijken allemaal op elkaar. Diversiteit aan
soorten en aantallen liggen bijzonder laag. Doch klagen we niet, het leven
is hier heerlijk: niets van stress. Just being here.
We zitten nog steeds in ijs, de bedekkingsgraad varieert van ca. 30 tot
95%. Het ijs is niet dik en min of meer smeltend, dus de Polarstern gaat
er door als een mes door boter. Twee of drie keer raakt Florean ‘vast’,
maar er wordt geen moeite gedaan om het ijs te rammen, er wordt een klein
eindje achteruit gevaren en met slaat een andere ‘krak’ in. Buiten is het
freezing cold, het waait ca. 5 BFT en met een buitentemperatuur van -6°C
snijdt de koude door merg en been.
Af en toe staan er groepjes Adelie-penguins op het ijs, maar meer schrijf
ik daar niet over - een collega liet me weten dat ik mijn liefde voor hen
niet zo openlijk mag laten blijken :o). In elk geval, in een groepje van
22 stond er eentje die dubbel zo dik was als de rest. Het was ook lachen
aan tafel toen we met kip en frieten voor onze neus zaten. Van 11h00 tot
ca. 21h lagen we stil voor het calibreren van de sound sources. In de
namiddag een powerdutje gedaan van 13h00 tot 16h00, want de vermoeidheid
zat in de kleren. Olaf had gevraagd om mee op uitkijk te helpen staan
tijdens de calibratie (indien walvissen dichter dan 40m van het schip
aanwezig zouden zijn, moet de test worden stilgelegd). Toen ik op de brug
kwam stonden Karo en Alejandro op de uitkijk. Een snow petrel zat
blijkbaar dicht bij het schip, maar eer ik beneden was om foto’s te nemen
was de vogels zoals gewoonlijk gevlogen. Terug op de brug, je kan het
raden, was de vogel weer present. Uiteindelijk foerageerden een tiental
snow petrels en een 20-tal Antarctic petrels rond het schip. Folke kwam
ook even langs en ik merkte haar en Karo op dat de duikende petrels vaak
bovenkwamen met ‘rode spaghetti’. Geen idee wat dit moge zijn, algen,
wormen of iets anders, maar het lijkt me in elk geval geen krill te zijn.
Folke merkt op dat er wel pelagische wormen bestaan, dus misschien gaat
het inderdaad om pelagische wormen. Warme kledij aangetrokken en naar het
D en E-dek getrokken in een poging wat snow petrels te fotograferen, maar
echt dicht kwamen ze niet of ze vlogen te snel voorbij. Ik slaag er wel in
om een paar kiekjes te nemen van de Antarctic petrels die het rode spul
hebben gevangen, maar daarmee weet ik nog steeds niet wat het moge zijn.
Misschien is de suggestie van Alejandro dat het rode algen zijn, wel
correct, want veel worm herken ik er niet in. In elk geval gaat het om
iets dat door de beweging van het water, opgewekt door de ‘thrusts’ omhoog
worden gebracht.
Een babbel met Florean leert me het verschil tussen een magnetisch kompas,
de gyro-kompas en de mins-kompas, en met Alejandro wat zitten praten over
sport. Als ik verneem dat we vandaag op het meest zuidelijke punt zitten,
ren ik even naar beneden let een lege fles om te zien of er nog restjes
water in de CTD zitten, en ik heb geluk. Wolfgang brengt me iets later
anderhalve liter water. Werk voor de komende dagen dus: het water laten
uitdampen om wat zout te verzamelen.
De voorstelling van het werk van Bryan en Markus aan boord van de
Polarstern wordt uitgesteld tot morgen(?) omdat teveel mensen niet
aanwezig kunnen zijn omwille van de moorings en de calibratie van de sound
sources. Hopelijk valt het op een moment dat we niet aan het varen zijn,
want dit is een voorstelling die ik zelf graag zou bijwonen.

29/12/2012

Vandaag iets meer wind dan gisteren (4-5BFT), maar in het ijs merk je daar
nauwelijks iets van. Tijdens mijn shift in zien we laaghangende wolken als
een muur dichterbij komen: mist. De overgang ‘mooi weer’ naar ‘mist’ is
bijzonder abrupt. De lage zichtbaarheid zorgt er voor dat ik tijdens mijn
shift nauwelijks iets zie. De mist verdwijnt na mijn shift en tegen de
middag is het mooi weer. Zalig warm in het zonnetje, als je uit de wind
staat tenminste. Lokaal worden hogere aantallen Noordse sterns gezien en
een paar tientallen krabeters, maar voor de rest levert de dag weinig
bijzonders op. De Weddell-zee blijft dus voorlopig een woestijn,
zeeluipaard laat op zich wachten. De dag voor een groot deel gevuld met
data-transformatie van een vorige expedities en het maken van wat
verspreidingskaartjes, zodat ik een idee krijg van wat er mogelijk waar
gezien kan worden op het laatste deel van de reis (namelijk tussen
Elephant island en Chili). Op de brug kreeg ik van Florean wat uitleg over
de functie van verschillende lampen (rood=links, groen=rechts;
wit=achteren) en hoe zijn vader met een mep op zijn wang leerde om altijd
te onthouden dat rood links was. Alejandro toonde me wat foto’s van
walvissen in Argentinië … zucht … helaas is de topmaand voor walvissen
september, maar niettemin lijkt dit toch wel een mogelijk reisbestemming
voor de nabije toekomst te zijn…
Hoewel de rugpijn deze morgen niet te harden was, verdween ze geleidelijk
in de loop van de dag, misschien doordat ik wat stretching deed. Ik
besloot daarom ’s avonds om toch nog maar even het zwembad in te duiken om
voorzichtig wat te bewegen en zwemmen. Naar verluid liggen we morgen voor
een groot stuk van de dag stil … fingers crossed dat we toch iets meer
zien dan vandaag … Na een drietal dagen het middag- en avondmaal te hebben
vervangen door appels, appels en nog meer appels, besloten eens op de
weegschaal te staan. Dat ik wat afgevallen was, daar twijfelde ik niet
aan, maar dat de wijzer maar 76,5kg aanduidde, overtrof toch ook mijn
stoutste verwachtingen. Dit even aan Fredericke gaan melden, die het niet
kon geloven en daarom ging Eva maar eens mee om dit te controleren, maar
er was geen bedrog in het spel, de wijzer wees 76,5kg aan.
Drie-en-een-halve kilo in enkele dagen, niet slecht, al zeg ik het zelf.
Fredericke zat er wat beteuterd bij.

26/12/2012

Ik mis een dwergvinvis op 1 minuut als ik om 04h00 op de brug verschijn. Jammer. De oceaan is en blijft soms een woestijn: geen walvissen, geen robben, amper vogels. De ijsbergen, het landschap daarentegen zijn fantastisch, adembenemend mooi. Een ijsberg fotograferend, zie ik even de rug van een dwergvinvis van uit mijn ooghoek. Ze zijn zo moeilijk te zien, zoals Jurgen het op de middag verwoordde in the Red Saloon ‘I hate those Minke’s, with their stupid little fin barely showing at all, they are not real whales’.

Het is zonnig en er is nauwelijks wind, na mijn shift ga ik dan ook maar buiten op Monkey island wat op de uitkijk staan. Loretta komt een babbel doen, en om 11h30 gaan we het middagmaal nuttigen. Na het middagmaal even het dessert genuttigd in de Red Saloon met Jurgen, Sabine en Fredericke. De uitdaging van Fredericke om 2,5kg af te vallen tegen het einde van deze expeditie, eindigt in een weddenschap als ik zelf even op een weegschaal ga staan en merk dat de wijzer 80kg aanwijst. Olaf vraagt ons om tijdens het calibreren van de sound sources mee een oogje in het zeil te houden, want als zoogdieren opduiken in de nabijheid van het schip, moet de test onmiddellijk gestaakt worden. Geen walvissen te zien, maar enkele Adelie’s komen voor afleiding zorgen. Van een groepje van 5 blijft er eentje ‘plakken’ op een dichte ijsschots, en ik moet er echt eens werk van maken om er eentje te filmen. Ik ben gewoon verliefd geworden op Adelie’s. Ze zijn zo schattig, zo hilarisch. Een stilstaande Adelie met afhangende vleugels lijkt beteuterd. Maar eens alert gaan de vleugels omhoog en naar achteren, en begint de Adelie besluiteloos in alle richtingen rond te lopen. De verhoudingsgewijs veel te korte pootjes doen het dikke lijfje van links naar rechts waggelen, waarbij het ook lijkt of het dier zich sneller wil voortbewegen dan zijn pootjes hem effectief vooruit kunnen brengen. Dit beeld wordt nog versterkt door het feit dat ze hun kopje vooruit strekken, zodat het geheel lijkt of de pootjes het lichaam niet kunnen bijhouden. Aan de rand van het ijs gekomen kijkt de Adelie dan – voorover gebogen en met de vleugels wijd gespreid – in het water, twijfelend of hij er al dan niet zou inspringen (in werkelijkheid natuurlijk twijfelend of er al dan niet een orka/zeeluipaard in het water zit). Het is oneindig schattig en grappig. Als we terug aan het varen zijn tijdens mijn shift, heb ik even een mooie Crabeater aan bakboord, die voortdurend zijn tanden toont in een poging ons af te schrikken. Sabine (een lerares) komt langs om hulp te vragen bij het schrijven van een stukje over walvissen voor haar schoolblog. Als leraar ben ik wel jaloers op haar positie. De babbel eindigt ook in een leuk idee om samen met haar en de filmploeg een educatief filmpje te maken, dat dan tijdens mijn en haar lessen getoond kan worden, en best wel ook in de serie op televisie kan worden getoond.

25/12/2012

Kerstmis. We zitten in vol ijs. Net op de brug en het is al weer lachen geblazen. Adelie’s staan in hun zwart-witte pinguïn pakjes naar het aankomende schip te turen, om op het allerlaatste moment weg te spurten. Nu en dan is er een keizerpinguïn te zien, en het is nog even genieten van deze soort, want het is onduidelijk wanneer we ze voor het laatst kunnen zien. Rond 06h00 zijn we op de plaats van de mooring-recovery aangekomen, en begint Florean een klaverbladvormig patroon te varen om het ijs wat te breken. In de eetzaal staat inmiddels een kerstboom met een zalige blauwe pinguïn,  de ontbijttafel is leuk gedekt en iedereen krijgt een zakje met enkele attenties: wat chocolade, een USB-stick, marsepein en wat pralines. Hier diëten is echt onbegonnen werk.

Als omstreeks 08h00 de mooring gereleased wordt, wordt de mooring niet gevonden. De hydrophones gaan het water in voor een nauwkeurige plaatsbepaling, maar dit gaat niet zonder meer. Een van de hydrophones is kapot, dus moet er een locatie worden bepaald vanaf een locatie. Vanop twee plaatsen wordt de afstand bepaald en op basis daarvan probeerde men een idee te krijgen van de exacte locatie. De helikopter werd de lucht in gestuurd en Dominique ging mee aan boord. Na anderhalf uur zoeken merkt iemand op de brug eindelijk de mooring op: een boei ligt halvelings verscholen onder een ijsschots. De recovery en deployment zouden toch een groot deel van de dag innemen. Ter plaatse zag ik mogelijk een Weddell seal (maar te ver om zeker te zijn) en enkele krabbeneters. Verder geen zoogdieren te bespeuren.

Het middagmaal bestaat uit een voorgerecht (vlees met een pikant sausje), een soep, eend, kool en dumplings en het dessert is een ice-bomb. Als het dessert wordt opgebracht is het meteen duidelijk waarom met van een ice-bomb spreekt. Vermageren … vergeet het maar.

In de middag wat tijd genomen om de foto’s van de orka’s van de vorige dag te bekijken en vergelijken, en de enige conclusie die daaruit kon/kan worden getrokken is dat iedereen dezelfde orka’s heeft gefotografeerd en dat alle orka’s behoren tot hetzelfde type. Op foto’s is duidelijk dat de smalle, schuin oplopende witte streep achter het oog van het type-C-dier, slechts een deel van de vlek is, een ‘donkere’ golf bedekt echter het onderste deel van de vlek. Annette blijft echter bij haar standpunt dat je dit niet kan zien, maar Alejandro laat mij ’s avonds toch weten dat alle gefotografeerde dieren wel degelijk van het B-type zijn.

Om 18h00 is er in de heli-hangar een koud buffet. Weer eten à volonté: vlees, vis, scampi’s, mini-loempia’s etc… Een half uurtje ‘ontshift’ om toch even mee te genieten van deze maaltijd, en dan terug naar de brug, waar helaas weinig te zien is. Dominique komt op het einde even een babbel slaan en Sabine vervoegd ons even, maar verlaat ons na een niet in dank afgenomen opmerking van Dominique. Na de shift de anderen terug gaan vervoegen, en omstreeks 21h00 klinkt het door de speaker ‘Orka’. Samen met Raphael stoven we de hangar uit en binnen de halve minuut stonden we op de brug, waar Dominique tot 4x toe een orka volledig uit het ijs zou hebben zien komen. Niet echt het milieu om een orka aan te treffen, maar met dieren weet je nu eenmaal nooit. Heel wat mensen waren ons achterna gerend, helemaal niet wetend waarom we naar buiten renden… een mooi voorbeeld van massa-hysterie of psychologie. Terug in de heli-hangar was het echt plezant aan de bar met o.a. Tina, Markus, Alejandro, Bryan en Sabine. Het feest liep tegen 22h00 op z’n einde, en toen de meesten naar de Red Saloon verhuisden, hield ik het toch maar voor bekeken …

24/12/2012

Om 06h30 opgestaan voor de vermeende tankwatch, maar de mummy chair was niet bemand. Geen tankwatch dus, wel een paar extra uren slaap. Rond 10h kwam de melding dat om 11h00 iedereen terug aan boord moest zijn. Daniël en Sebastian zouden nog overgezet worden omdat zij de komende weken in Neumayer zouden verblijven, twee dames die de afgelopen vijf weken in Neumayer waren zouden ons vervoegen. Het afscheid duurde heel lang, vooral omdat de overzet uitbleef. Omdat alles te lang duurde werd nog eerst het middagmaal genuttigd. Kort daarna werden Sebastien en Daniël overgezet – we zouden ‘direct’ vertrekken. Dat direct duurde toch een drie uur. Intussen was op de shelf wel wat volk komen opdagen, en uit de luidsprekers van de Polarstern klonk kerstmuziek. Het was toch een aangrijpend moment, tientallen mensen op de ice-shelf en tientallen mensen op de Polarstern naar elkaar zwaaiend met Kerstmuziek op de achtergrond, hoewel beide ‘groepen’ elkaar nauwelijks niet kenden. Ondertussen vernamen we ook dat iemand van de crew zijn voet had gebroken, dat is natuurlijk jammer, maar gelukkig is het geen erge breuk. Brian en Markus probeerden alles op beeld vast te leggen. In de ‘dode’ momenten gebruikten ze onder de naam Skua en Adelie de walkie-talkies om te communiceren, zeveren en liedjes te zingen – pas achteraf beseffend dat ze op hetzelfde kanaal van onder andere Holger zaten (dat was even lachen toen dit aan het licht kwam).

De zichtbaarheid vermindert en het begint te sneeuwen, we varen relatief langzaam door ‘sloppy’ ijs (pancake ijs die toch zichtbaar aan het smelten is). Als ik twee Emperor’s voor me aan het bekijken ben (je weet nooit wanneer het de laatste zullen zijn) roept Raphael ‘Orca’… quasi in hetzelfde beeld twee orka’s ! Nee drie… vier… vijf… en nog een groepje… Fototoestel en naar buiten!  Holger meldt het onmiddellijk op de intercom en  niet lang daarna staan tientallen mensen naast ons. De meesten krijgen ze gelukkig te zien, maar ze zwemmen helaas van ons weg en de zichtbaarheid is rotslecht. Zeker een tien+ beesten, waaronder een mannetje. Onmiddellijk bekijkt iedereen de foto’s, en Annette herkent type B  (foto’s die ik nam) en type C (foto’s die zij nam) dieren. Een van de types is niet echt algemeen en gemengde groepen zijn zeldzaam. Zoals gewoonlijk bekijk ik met mijn kritisch oog de foto’s en vorm ik mijn eigen mening (Annette’s foto’s zijn te flue en daar kan je vanalles op herkennen, maar niets met zekerheid), maar met de mening van een orka-newbee wordt door orkakenners nogal vlug van de tafel geveegd (;o) ). Type C-orka’s hebben een witte vlek achter het oog die smal is en schuin omhoog loopt, type B orka-s hebben een grotere, ovale streep die niet omhoog loopt. Mijn foto’s tonen min of meer overtuigend een B, maar ik ben vooral sceptisch dat Annette een C-type dier herkent op een foto, terwijl hetzelfde dier, 0,1s later gefotografeerd, een B-type zou zijn (de logica lijkt me compleet zoek).

’s Avonds werd een typisch Duits kerstmaaltijd geserveerd: drie worsten, kool en puree ( ;o) ).

Om 20h00 in de Blue Saloon een kleine ‘meeting’. Iedereen, inclusief de crew, is aanwezig, de meesten zijn mooi uitgedost en opgemaakt. Er is kersttoespraak van de kapitein en de Chief Scientist, gevolgd door wat kerstliederen onder pianobegeleiding van Eva en als leading voices Loretta en Ina. Er zitten een paar Duitstalige en een Engelstalig lied bij, Stille nacht, heilige nacht enzovoort. Er wordt afgesloten met een verhaal over een ezel dat in het Duits wordt voorgelezen, maar we krijgen wel een Engelse versie op papier zodat we kunnen meevolgen. Wat glühwein en want versnaperingen moeten de honger en dorst stillen. Het had wel iets, dat moet ik toegeven.

Kort daarna naar Mess I geweest om Zillertal te openen en voor te bereiden, want volgens Sabine zou er veel volk komen. Dat bleek niet echt het geval. Omdat een groot deel van de aanwezigen betrokken was in een soort spel waar cadeautjes werden uitgewisseld, moest de muziek uit, zodat het voor de andere aanwezigen wat saai werd … en het duurde allemaal toch net iets te lang voor wie zelf niet aan het spel zelf mee deed. Om middernacht de fakkel doorgegeven aan Dominique, zodat ik toch een dikke drie uur kon slapen alvorens de volgende shift zou beginnen…

23/12/2012


Om 01h30 wakker geworden om de tankwatch te doen, maar Raphaël vertelde me
dat ik kon blijven liggen: de mensen van Neumaeyer willen ook hun
nachtrust en ’s nachts wordt er niet gewerkt. Eens kunnen
uitslapen. Rond 08h00 opgestaan en toch even naar buiten geweest. Een
vijftal jonge keizerpinguïns naderden de boot en drie Adelie’s
kwamen ook dichterbij. Raphaël wakker gemaakt en toch een half uurtje kunnen
fotograferen. De Adelie’s kwamen net iets te dichtbij zodat comfortabel
fotograferen niet mogelijk was. Het blijft hoe dan ook moeilijk
fotograferen vanop een schip: teveel trillingen door de draaiende motoren
(motoren worden niet afgezet omdat men niet het risico wil lopen dat de
motoren niet meer gestart kunnen worden). Rond 12h00 nemen we de mumu
chair naar ‘land’ en daar wacht een ‘sledge’. Dit is niet meer dan
een aanhangwagen (op ski’s) die door een pistenbully wordt voortgetrokken.
De chauffeur van de pistenbully moet tot driemaal rondjes draaien eer hij
zijn pistenbully met container op de juiste afstand van ons krijgt, want
de slee met een trekkabel van 10m vasthangen aan een pistenbully die 20
meter verder staat lukt niet. Comfortabel zitten is de bijna twee uur
durende rit naar Neumaeyer echt niet, maar dat nemen we er bij. Rond 14h00
komen we aan bij Neumaeyer, en onmiddellijk komen de fototoestellen boven.
Hoe artificieel het ook moge zijn, het heeft wel iets. Tientallen
pistenbully’s en sneeuwscooters, twee brandweerkleurige wagens en een jeep
op rupsbanden. Zalig. We krijgen een rondleiding van een jongedame, een
van de negen overwinteraars. Eerst krijgen we de labo’s te zien, dan de
slaapvertrekken en de leefruimte: een bar, een mega-projectiescherm, een
zalige living. In de gangen hangt een basketbalring en karaokeset, een
hangmat in een stelling om achter een raam in de zon te hangen, hier en
daar knussehoekjes (het lijkt op een strand) om achter een raam van de zon
te kunnen genieten. Schitterend. Er is een sauna, een mini-gymzaal. De
werkruimte en drinkwatervoorziening (een put waar sneeuw wordt gesmolten)
wordt bezocht en we eindigen in de ondergrondse garage. Het station staat
op 16 pijlers die manueel omhoog kunnen worden gelift. Wanneer de
zijwaartse druk op het station door ijs te hoog wordt, liften de pijlers
het station ongeveer 1 meter omhoog, en wordt de sneeuw onder de pijlers,
twee per twee, opgehoogd. In elk geval indrukwekkend. Om 16h00 zijn we
buiten en dan worden snel nog wat foto’s genomen: de toyota-jeep met
rupsbanden in plaats van wielen, de sneeuwscooters, een foto voor het
station. Om 16h30 vertrekken we terug richting Polarstern. Na een uurtje
krijgen we ditmaal even pauze om de benen te strekken, en dan mondt gauw
uit in een sneeuwballengevecht, voor zover de sneeuw het toelaat om
sneeuwballen te maken (de sneeuw/het ijs plakt niet). Tien minuten nadat
we onze rit verder hebben gezet, verliest mijn buurvrouw haar zonnebril
wanneer ze een halo rond de zon probeert te fotograferen. Met een
walkie-talkie laten we de chauffeur weten dat hij moet stoppen, maar het
duurt enkele minuten eer hij dit doorheeft. Gelukkig rijdt een pistenbully
amper 10-15km/h, dus moet Isabel maar enkele honderden meters terug om
haar zonnebril op te rapen.
Terug op de Polarstern vernemen we halvelings dat de tankwatches tussen
22h00 en 08h00 opnieuw niet doorgaan, wat betekent dat Dominique en ik
onze tankwatch van 07h00 niet zouden moeten doen. De berichtgeving is
tegenstrijdig, dus staan we morgenvroeg toch maar om 06h30 op.
Aangezien we te laat zijn voor het avondmaal, is het ons behelpen in Mess
1 op het D-deck. Daarna nog een paar uur in de Red Saloon gezeten alvorens
de nachtrust aan te vatten…

22/12/2012


Om 04h00 deze morgen kwamen we net aan de hoek van een gigantische
ijsberg. Waar we gisterenavond op 11nm van Neumayer waren aangekomen,
zaten we nu op … 7nm. De voortgang verliep de afgelopen nacht op zijn
allerminst vlot ten gevolge van dik ijs. Het hoekje om zien we eerst de
Aghullas liggen aan de shelf, en op de horizon Neumaeyer. Een aantal maal
staan keizerpinguïns behoorlijk dicht. We varen verder tot op enkele
mijlen en houden dan halt omstreeks 05h00. Blijkbaar zouden we wachten
tot de Aghullas vertrekt om aan te meren. Het weer is schitterend: niet te
koud, geen zuchtje wind. We liggen in wat open water, en als ik Annette
vertel dat het zalig zou zijn om hier een walvis te zien, krijg ik het
antwoord dat dit niet het geval zal zijn, aangezien de twee schepen teveel
lawaai maken. Pakweg 10 minuten later vindt Annette zelf een dwergvinvis,
maar meer dan diens ‘footprint’ krijg ik zelf niet te zien. Dat heb je met
dwergvinvissen… Het ijs brekend terwijl we de shelf naderen, roept
Sebastian ‘orka orka orka’. Hij slaagt erin wat foto’s te nemen van een
walvisachtige die bovenkwam in een krak in het ijs knal voor het schip.
Goed opgemerkt, maar ‘gelukkig voor ons’ was het maar een dwergvinvis,
zoniet ging het pijn hebben gedaan. Als Markus me komt melden dat een
pinguïn vlakbij staat, kan ik net een paar kiekjes schieten vooraleer die
zich op zijn buik gooit en het water in duikt. Rond de Aghullas zelf zien
we toch een kleine honderd keizerspinguïns staan. Hopelijk krijgen wij er
ook dichtbij te zien. Aanvankelijk wordt gemeld dat de Aghullas zou
vertrekken om 06h00, dan wordt het 08h00 … en als de Aghullas om 09h00 nog
steeds ter plaatse ligt, komt er beweging in de Polarstern. Blijkbaar
besluiten we niet langer te wachten en zelf aan te meren. Dit neemt toch
ettelijke uren in beslag, want we moeten met de volledige stuurboordzijde
aangemeerd liggen. Het zou tot tegen de middag duren eer we aangemeerd
liggen, en dat is toch wederom uren vertraging. Om 12h30 was er een
verplicht bij te wonen meeting, en daar worden toch een aantal belangrijke
mededelingen gedaan. De opgelopen vertraging maakt het bezoek aan
Neumaeyer voor de eerste groep aan de hand van de pistenbully’s
(rupsvoertuigen) moeilijk, en daarom worden de mensen van de eerste groep
per helikopter naar Neumayer getransporteerd. Hoe de mensen van de tweede
groep (morgen dus) worden getransporteerd wordt niet meegedeeld, wij hopen
ook met de helikopter, al ware het maar omdat iedereen graag eens in een
heli zit, en dat het anders niet fair zou zijn dat de mensen van de eerste
groep wel en de mensen van de tweede groep geen vlucht met de helikopter
mogen maken. De tankwacht gaat gewoon zoals gepland door, en wie wil kan
een wandeling maken op de shelf. Transport van de Polarstern naar de
ice-shelf gebeurd met de mummy’s chair: dat is niet meer dan een grote bak
die met een grote kraan wordt getransporteerd. Samen met Dominique en een
aantal anderen present om de eerste overzet te maken, maar als om 16h30 –
meer later dan het eerste aangekondigd vertrekuur – nog altijd geen
mogelijkheid tot overzet is geweest, geven we er de brui aan. Raphaël had
reeds een aantal Keizerspinguïns relatief dicht gezien, maar de
keizerspinguïns die ik in de verte had zien komen aanglijden, maken
aanstalten om echt superdicht te komen. Helaas, als ze op amper 50 meter
van het schip gekomen zijn, komt een heli aangevlogen. De keizerspinguïns
maken rechtsomkeer … Dominique vindt nog een grote kleine pinguïn. Knoddig
maar ver. Om 17h45 de overzet genomen om onze tankwatch te doen om 18h00.
Na een half uurtje is de tank vol en moeten we de slang overhevelen naar
de volgende container… en bij deze zijn we terug naar af wat pijn in mijn
ribbenkast ( hoogstwaarschijnlijk door of gekneusde ribben of eerder
ontstoken/verroken spieren) betreft. Even bij den dokter langs geweest en
ben nu halvelings ingetaped. Nu in bed, want de volgende tankwacht (waar
ik niet naar uitkijk) is om 02h00…

21/12/2012 – Wauw
Toen ik deze morgen opstond zaten we blijkbaar niet meer vast. Het schip
ging langzaam maar gestaag vooruit. Op de brug gekomen was aan de horizon
de grote polunya zichtbaar en langzaam kwamen we dichterbij – of in
vergelijking met vorige dagen was dit aan hoge snelheid. Slechts een
paar keer raakten we vast en moesten we een eindje terug achteruit om
snelheid te maken en een ijsplaat te rammen. Keizerspinguïns stonden nu en
dan op het ijs,, maar zodra we wat te dicht naderden schoven ze op hun
buik weg. Omstreeks 05h30 verlieten we het gesloten ijs en kwamen aan de
rand van de polunya. Jawel, niet lang daarna vond ik een dwergvinvis.
Superdicht, maar te snel en wegens hun onvoorspelbaar gedrag niet te
fotograferen. Het zonnetje scheen en er stond niet veel wind. In de
polunya waren nauwelijks golfjes zichtbaar, zalig. Een steentje kon bij
wijze van spreken kilometers ver gekeild worden. En aan de horizon:
icebergs, of toch de ‘ice-shelf’. Impressionant, maar nog niet half zo
impressionant als wat we in de namiddag en avond te zien zouden krijgen.
Na het ontbijt even bij de dokter langs geweest om de wonde te laten
controleren: alles ziet er goed uit en binnen een vijftal dagen mogen de
draadjes er uit. Verder een pijnstiller gevraagd want de pijn in mijn
ribben hangt een beetje mijn keel uit. Ofwel was de ontsteking/verrekking
op zijn einde, ofwel werkt Voltaren zeer goed, want tegen het einde van de
dag is de pijn bijna weg… gelukkig.
Rond negen uur aan de horizon blow blow blow blow blow… een 7-tal blows
tegelijkertijd naast elkaar… bushy blows. De radar/camera pikt ze niet op,
en dat is zowat de eerste keer dat we/ik de technologie versla, en dan nog
met dit weer (nauwelijks wind, zeer goede zichtbaarheid). Eenmaal zie ik
een beest uit het water springen, … ben er vrij zeker van dat dit orka’s
zijn … maar dat valt niet hard te maken. Dominique en Alejandro pikken de
blows niet op… en vreemd genoeg zien we de dieren niet meer bovenkomen,
hoewel we in hun richting vaarden. Aangezien orka’s meestal niet erg lang
duiken, wijst dit er dan weer op dat het waarschijnlijk toch geen orka’s
waren. Zekerheid gaan we hieromtrent nooit hebben.
De aantallen keizerspinguïns nemen toe, nu en dan wordt een krabbeneter
gezien. Het is mooi weer, het zonnetje schijnt, en als ik Folke en Sabine
in een zetel op het dek zie zitten, haal ik er maar een zetel bij. Raphaël
telt tijdens zijn shift van op de brug (binnen) en komt me regelmatig
melden als er iets dicht bij de boot staat/ligt. In de namiddag meldt hij
een dichte rob achter een berg sneeuw als we even vast komen te zitten.
Pas wanneer we ze langszij varen krijgen we ze goed te zien: een Ross Seal
op korte afstand kijkt recht naar ons. Zalig ! Helaas wordt warme lucht
vanuit de schoorsteen naar beneden geblazen, en gecombineerd met zenuwen
en een pijnlijke ribbenkast resulteert dit in onscherpe foto’s. Niettemin
een zalige waarneming, vooral omdat Ross Seal de moeilijkste van de 
soorten zou zijn. Enkel Leopard Seal en Weddell Seal nog en we hebben ze
alle 4 gezien !
Rond het schip fladderen af en toe Wilson’s stormvogeltjes. Tijdens de
morgen gaat er eentje vooraan op een container zitten… knal in de schaduw…
in de namiddag merk ik twee baltsende exemplaren op die op een
reddingssloep gaan zitten … ook in de schaduw. In de late namiddag vliegen
er 3-4 over het helikopterdek… maar hun vlucht is zo ‘erratic’ dat het
onmogelijk is om die deftig op de gevoelige plaat te krijgen. Het
landschap daarentegen… schitterend, fenometastisch. Vanaf de late namiddag
varen we op respectabele afstand van de ice-shelf… en dit is op zijn
zachts gezegd impressionant. Iedereen staat buiten foto’s te nemen. Mooi
weer, en superzalig landschap. Een droom. Als Dominique en Raphaël gaan
eten zijn tijdens mijn shift … zie ik in de verte drie walvissen opduiken
… zwarte beesten, eentje is aan het tailslappen … ik roep met de speaker
Raphaël en Dominique op, ook Anette komt aangerend… Vooraleer ik foto’s
kon nemen ben ik ze kwijt… volgens mij geen killers (orka’s), ook geen
minke’s … waarschijnlijk beaked whales… maar ja … verdorie, dit is balen …
in het vervolg neem ik toch eerst wat foto’s eer ik anderen optrommel… De
camera/radar heeft ze niet opgepikt, waarschijnlijk wegens te fel contrast
in het licht. Florean heeft de dieren wel gezien …
Om 18h30 moeten we naar de meeting en daar krijgen we te horen dat we deze
avond ‘in de haven’ zullen aankomen (zullen aanmeren aan een iceberg),
waarschijnlijk rond 23h00. Er moet komende dagen blijkbaar benzine worden
overgetankt en iedereen moet helpen het een en ander in de gaten houden.
De Chief Scientist heeft een ‘tankwacht’ opgemaakt en iedereen moet 3x 1h
wacht houden. Raphaël, Dominique en ikzelf moeten dit zaterdag doen en
kunnen zondag het Neumayer station bezoeken. Er werd ons gewaarschuwd dat
de kledij volledig naar brandstof zal ruiken door het houden van de
tankwacht. Gelukkig zijn we daar niet mee, aangezien we – als enigen –
geen kledij van AWI kregen en we onze eigen kledij niet geruïneerd willen
zien. We kijken of we morgen daar iets aan kunnen doen. Nu naar bed en
straks opstaan om van de laatste twee mijl te genieten…

19/12/2012

Dagverslag voor vandaag zal kort zijn. Sinds 04h00 hebben we amper een paar mijl afgelegd. 90% van de afgelegde afstand is ‘go with the flow’, afgelegde afstand door drijvend ijs. We zitten met andere woorden muurvast. Het ijs is 3-4 meter (op ridges tot 14m) dik, en daar ligt nog een meter sneeuw op. Samengevat: 150 meter achteruitvaren, volkracht vooruit en 10-15-20 meter ijs breken. Herhaal dit, en je hebt de voortgang van de dag. Tijdens de voormiddag lagen we ook enkele uren stil omdat een van de motoren beschadigd was en gerepareerd diende te worden. Wat die beschadiging inhield weet ik niet, maar probeer ik morgen uit te vissen. Er werd een ice-recognition flight uitgevoerd om naar een uitweg te zoeken. Hoewel die succesvol werd genoemd, kun je moeilijk zeggen dat de uitgestippelde route vlot verloopt. Maar te dik is te dik, en daar kan niets aan veranderd worden. De Aghallas die ons enkele dagen geleden voorbijstak, zit op enkele kilometers van Neumaeyer ook moervast. Vanop het station (Neumaeyer) kan men de Aghallas zien liggen, maar daarmee is ook alles gezegd. Van Florean kom ik ook te weten dat ‘atomic icebreakers’ met dit ijs geen moeite zouden hebben. Dit schip heeft iets van 20 ‘horsepowers’ (maar dit lijkt weinig), een atoomijsbreker 100 000 (tenzij het kilo-horspower zou moeten zijn).

Zonder zonnebril zie je buiten niets, maar dan ook hoegenaamd niets. Het wit is oogverblindend ondanks het feit dat er een volledig gesloten wolkendek hangt. Het landschap is daarentegen schitterend – als het ‘juiste’ licht er is tenminste : geen uitgestrekt plat ijs, maar allemaal ‘sneeuwhoopjes’ waar de randen van de icefloets (weet niet of de schrijfwijze correct is) tegen elkaar werden gedrukt. Als je dit landschap ziet en even begint na te denken, word je toch wel stil van de immense natuurkrachten die er heersen. De ijsplaatjes – toch 3-4 meter dik – worden dermate hard tegen elkaar gedrukt door wind en stromingen, dat de randen breken en er ‘ruggen’ ontstaan (een beetje zoals midoceanische ruggen waar platen tegen elkaar drukken). Probeer thuis maar eens twee klontjes ijs danig tegen elkaar te drukken, dat ze breken. Welke kracht heb je dan nodig om twee ijsplaten van 3-4 meter dik te vermorzelen ? Aan de horizon zien we een muur van ijs boven de horizon uitsteken, dat moet wel de rand van het ijs rondom Antarctica zelf zijn.

’s Morgens ook geleerd dat het pinguïngedrag die ik enkele dagen geleden waarnam (waar een Adélie heimelijk naar een aan de rand van het ijs staande soortgenoot sloop, die in de rug pikte waardoor zijn soortgenoot schrok en in het water plonsde), een functie heeft: kijken of er geen orka of zeeluipaard in de buurt zit. Als de soortgenoot die je net in het water duwde wordt opgegeten, is het niet het moment om zelf het water in te gaan. Blijft die echter de eerstvolgende minuten in leven, dan kan je er van uitgaan dat er zich geen predatoren in de onmiddellijke omgeving bevinden. De natuur is toch mooi hé ?

Tellen zit er eigenlijk quasi niet in. Aangezien we nauwelijks vooruitgang boeken, liggen dezelfde twee pinguïns uren aan een stuk te “maffen” op het ijs. Een aantal maal hebben we een (of twee) krabeater vrij dicht naast het schip. Bizar, maar met dit licht fotograferen is ook niet eenvoudig. Nogal wat foto’s zijn niet scherp, maar dat kan natuurlijk zijn omdat er teveel trillingen zijn op het schip of omdat ik mijn camera (8-9kg) niet stil kan houden wegens teveel pijn aan de ribbenkast – blijkbaar heb ik enkel dagen terug urenlang in een slechte houding gezeten en heb er of gekneusde ribben of spierverrekkingen aan overgehouden.

’s Avonds naar de – ditmaal verplichte – meeting geweest waar een aantal richtlijnen werden gegeven door de kapitein en Chief Scientist Olaf. Als we Antarctica betreden mogen we nooit alleen weg, moeten we binnen 1 kilometer van het schip blijven en bij een sneeuw- en magnetische storm (en white-out) een regel: gaan zitten en blijven zitten, een team komt je wel zoeken. Als er pinguïns op ons zouden afkomen – blijkbaar zijn het nieuwsgierige beestjes - moeten we op onze knieën gaan zitten, zodat we minder schrikwekkend overkomen en hen minder stress bezorgen. Hopelijk kunnen we op het (lage) ijs, en deponeren ze ons niet bovenaan op de ice-shelf, want ik wil een pinguïn van dicht zien, dat moet toch een van mijn hoogtepunten op deze trip worden. Daarna ook even naar Werner’s babbel geweest over het wat en hoe van CTD’s en moorings. Hoewel ik niet vol overtuiging ben vertrokken, bleek dit toch een heel interessante talk met veel verhelderende figuren te zijn.

Ook nu, bij het beëindigen van dit dagverslagje, zie ik dat we achterwaarts aan het varen zijn, om onze volgende 20m voorwaarts voor te bereiden.

17/12/2012 – stuck in the white desert
Alles is wit, als ik op de brug kom. We zitten in 100% ijs, of toch bijna.
Het sneeuwt, wolken gaan grenzeloos over in het ijslandschap. Hoewel er
een dikke pak wolken hangt, moeten alle zonneweringen naar beneden. Vijf
minuten kijk je zonder zonnebril of zonder de zonneweringen naar het
landschap, en daarna zie je vlekken. Niettemin is het landschap
indrukwekkend. Qua fauna is er niet veel te zien. Snow Petrels, spierwit
als ze zijn, zie je nauwelijks vliegen tegen de witte achtergrond. Een
eenzame Southern Giant Petrel vliegt voorbij, de Antarctic Petrels zie je nog
altijd, maar in lage aantallen. Ik krijg twee Emperor penguins te zien
(keizerpinguïn) en af en toe staan er Adelie’s op het ijs. Het blijven
onbeschrijfelijke taferelen. Het is altijd maar hopen dat de Adelie’s zich
in de vaarlijn van het schip bevinden, want dan is het gillen geblazen,
want volgend tafereel speelt zich dan af. De Adelie’s zien een log
gevaarte -118m lang, 40m hoog, geschilderd in het blauw- afkomen, maar
reageren niet. Als het schip op 100-50m van hen verwijderd is, beseffen ze
plots dat ze iets moeten doen. Ze springen recht en beginnen met een
vleugeltjes te flapperen, alsof ze willen vliegen en steken hun kop in de
lucht… en dan beginnen ze paniekerig te rennen, vaak in alle richtingen,
soms botsen ze tegen elkaar, en hun lijfjes gaan sneller vooruit dan hun
pootjes, waardoor ze ontegensprekelijk tegen het ijs knallen en dan op hun
buik glijdend over het ijs schuiven. Als we omstreeks 06h00 stil komen te
liggen, ga ik in bed wat lezen. Om 07h30 gaat de telefoon. Ik schiet recht
en neem op, het is Florean: “You might want to come to the bridge to see
this”. Raphaël uit zijn bed gehaald en naar boven gestormd. Op dat moment
ligt een Crabeater quasi naast het schip, zalig dicht… maar eer ik mijn
fototoestel heb genomen en buiten ben, zijn we er al voorbijgevaren (of is
het ijs wat afgedreven) en ligt de Crabeater met zijn kop achter een
bergje ijs. Geen foto’s dus. Jammer. Crabeater is vrij algemeen, eigenlijk
was het de moeite niet om uit bed te komen hiervoor, maar ben Florean toch
dankbaar dat hij me opgebeld heeft, voor hetzelfde geld was dit een
Leopard Seal. Buiten is het koud. Ijskoud. Onmetelijk koud. Het is maar
-4°C, maar met een 7-8BFT heeft dat toch een windchill-effect van een
dikke -20-30°C.
In de loop van de voormiddag en dag wordt de zichtbaarheid altijd maar
beter, en alle zonneweringen op de brug gaan onherroepelijk naar beneden.
Niet eentje blijft er open, want het licht dat langs dit raam naar binnen
komt is te storen. We moeten ook overschakelen van twee naar drie motoren,
aangezien we anders niet door het ijs raken.
Later op de dag een Crabeater aan stuurboord zijde bekijkend, staat er een
dichte Emperor aan bakboord, en wanneer we wat Adelies uitwuiven na hun
heroïsche ontsnappingspoging, bleek er een mega-dichte Crabeater naast het
schip te liggen – te dicht voor mij om ook maar zijn kop op foto te
krijgen… had ik die maar zien liggen toen we er nog niet zo dichtbij
waren. Twee mooie fotokansen voorbij laten gaan, maar beide soorten
zouden we nog regelmatig moeten tegenkomen. In totaal vandaag toch een 10
Crabeaters gezien.
Omstreeks 18h00 was er een mooring gepland. Als we op enkele honderden
meters van de plaats verwijderd zijn, is er aardig wat volk op de brug:
het lijkt alsof iedereen hier staat. Het is me wat te druk en aangezien er
niet geteld moet te worden, vertrek ik maar. Om 19h00 liggen we nog
steeds op dezelfde plaats, dus op enkele honderden meters van de plaats
waar de mooring had moeten gebeuren, en op 20h00 nog steeds. Ik verneem
dat we vastzitten. We raken niet meer vooruit en niet meer achteruit. Vier
en een halve motoren (vier grote motoren en blijkbaar nog een kleintje)
met vele tienduizenden pk’s, no way, we’re stuck in the ice. Geen
centimeter vooruit of achteruit. Blijkbaar zitten we vast tussen twee
gigantische ijsplaten, die zich omwille van stromingen in tegengestelde
richting begeven. Het zou ook iets met het tij te maken hebben, want we
moeten wachten tot het tij keert zodat de druk op het ijs wegvalt. Morgen
moet ik dit zeker eens navragen, want ik begrijp dit alvast niet. In elk
geval wordt het ballastwater momenteel van de ene zijde naar het andere
gepompt, met de bedoeling ons los te wrikken.
To be continued…

16/12/2012 – Keizer

We liggen stil of varen amper met een slakkengang als ik ’s morgens vroeg
even achter het gordijn doorheen het raampje piep. En het waait.
Gisterenavond tot middernacht in Zillertal geweest en daar samen met
Markus, Bryan en Sabine flink wat afgelachen. Het getal 47 heeft een
nieuwe betekenis gekregen, alsook de protection of penguins. Om 06h00 naar
de brug geweest, maar met zo’n weersomstandigheden Minke’s ontdekken, dat
kan men op zijn buik schrijven. Er hangen vijf Southern Giant Petrels rond
het schip. Na een uur ben ik het toch beu en ga dan maar naar de
computerzaal om iets op te zoeken omtrent bevriezing van zout water. Toen
we het hadden over de expeditie naar het noorden en dat we echt zee-ijs
hadden gebruikt voor in de whisky – wat de whisky quasi ondrinkbaar maakte
wegens het zoute ijs – liet Sabine weten dat ze dit niet kon geloven. In
haar blog had ze geschreven dat wanneer zeewater bevriest, enkel het water
bevriest en de zouten achterblijven en het onderliggende zeewater dus
zouter maken. Aangezien ze de blog eerst had voorgelegd aan Olaf en deze
geen opmerkingen had geformuleerd, ging ze er ook van uit dat dit correct
was. Maar eigenlijk klopt dit niet helemaal, en dat hadden we al
proefondervindelijk ontdekt afgelopen zomer. Wanneer zeewater bevriest,
kunnen de zouten moeilijk opgenomen worden in de waterkristallen. De
meeste zouten worden dus ‘uitgedreven’. Zee-ijs bevat dus aanzienlijk
minder zout dan zeewater, daar is geen discussie over. Het zoutgehalte van
zeewater bedraagt ca. 35ppt (g/L), van zeeijs is dat ‘maar’ 10ppt (g/L, -
bij jong ijs) tot 1-3 ppt (g/L bij ouder ijs). Het is niet eenvoudig uit
te leggen hoe het zout in het ijs terechtkomt, maar het komt er op neer
dat als zeewater bevriest, in eerste instantie het water bevriest. Er
worden echter druppels zeewater ingesloten. Een deel van het water van
deze druppel bevriest, waardoor de concentratie aan opgeloste zouten ervan
verhoogt – en dus ook de smelt/stoltemperatuur. Op een bepaald moment is
de concentratie van de oplossing zoveel verhoogt, dat ze niet meer
bevriest bij de temperatuur van het ijs. Zo worden druppels sterk
geconcentreerd zout water ingesloten in een gevangenis van ijs. Dit
gegeven kun je nu gaan discussiëren of zout water al dan niet bevriest,
want eigenlijk bestaat het zoute zee-ijs dus uit ijs met daarin gevangen
zeewater. Punt is wel: als je een stuk van dit zee-ijs neemt en laat
smelten, heb je verre van zoet water. Verder: als je zeewater brengt tot
een temperatuur van -21°C, gaat het wel volledige bevriezen in de strikte
zin van het woord, en ontstaat een hydrohaliet. Dit is iets van een
eutectische bevriezing, maar dat zoek ik later wel eens op. Summier: zout
water kan wel bevriezen, al zal in de meeste gevallen ijs op zeeën en
oceanen minder zout zijn dan zeewater.
In de voormiddag is verder niet veel te beleven, de Chief Scientist komt
ons even vragen om tijdens een experiment een zone van 40m scherp in de
gaten te houden, want mocht in deze zone een zeezoogdier opduiken, dan
moet het experiment onmiddellijk worden stilgelegd, zoniet zou dit schade
kunnen toebrengen aan het zeezoogdieren.
Gedurende het merendeel van de dag kan er weinig of niet worden geteld. De
wind staat hard, 8-9 BFT, er staan redelijk wat witte kopjes op het water
van de polunia, maar aangezien we in het ijs zitten zijn er nauwelijks
grote golven. Ideaal moment dus om door de foto’s te struinen. Tot op
heden lukt het me aardig om het aantal foto’s beperkt te houden door
regelmatig grote schoonmaak te houden. De niet al te bijstere
weersomstandigheden en de lage diversiteit aan soorten maken ook dat ik al
een aantal dagen weinig tot geen foto’s heb genomen.
In de namiddag zien we ijs voor ons opduiken. Een aantal Adelies staan
naar ons te zwaaien, en als Olaf naast ons staat om wat uitleg te vragen
over iets dat in een weekly report staat, ziet Raphael een grote gelige
pinguïn staan. Emperor !? Waarop Olaf zegt dat die hier niet voorkomen, en
mocht het er ene zijn dan is het een die serieus uit koers is geraakt. Die
ene pinguïn staat op een ijsschots die in onze vaarrichting ligt, en
Raphaël blijkt het bij het rechte eind te hebben: het is wel degelijk een
keizerspinguïn. Als we er op een 50m langsheen varen, stapt hij wat
ongelukkig met afhangende vleugels op zijn ijsschots naar de rand. Het was
een volwassen beest, maar hij leek toch geen 1 à 1,3m groot, al zal dit
wel gezichtsbedrog geweest zijn.
We varen na een CTD langs een gigantisch mooie ijsberg, en als Nina en
Sabine op de brug komen is het weer lachen geblazen. Ik slaag er zowaar in
om Nina tot twee maal toe een koffie te laten brengen. Hoewel ik vandaag
toch wel een 12 tal uren over zee heb zitten turen, bracht me dat geen
enkele orka op, laat staan een rob. Wel af en toe ijsbrokken met gekke
vormen, en met de nodige fantasie herken je daar vanalles in. Eentje heeft
de vorm van een eendje, maar te ver af om een foto te nemen. Tegen de
avond varen we doorheen een stuk van de polunya met pakken ijs die lange
slierten vormen, en af en toe staat daar wel een Adelietje op.
Hypernerveuze beesten zijn dat in vergelijking tot Chinstraps zeg. Het
blijft hard waaien, en ook morgen terug een 8-9BFT …

15/12/2012 – Minkes
De wekker loopt af om 03h50 en opstaan is moeilijk. Ik sleep me naar de
brug en Raphaël zit in zijn stoel over zee te turen. We zijn aangekomen in
de polunia, en op dat ogenblik varen we net aan de rand van sloppy ijs –
en deze tien minuten ijs is het enige wat ik te zien krijg van ijs,
afgezien van een paar grote icebergs. Raphaël heeft weer weinig tot niets
gezien, en als hij naar zijn bed vertrekt grapt hij weeral dat het
waarschijnlijk niet lang zal duren eer ik iets vind. Inderdaad. :o). Om
05h17 merk ik een verre blow op, eentje die de camera niet heeft ontdekt.
Minke’s ! Uiteindelijk blijkt het toch om een vier of vijf individuen te
gaan, die blowen, porpoisen (in het Nederlands moet dat iets als
‘bruinvissen’ zijn, maar als je niet weet hoe een bruinvis zwemt ben je
hier hoegenaamd niets mee) en halvelings breachen. Dominique uit zijn bed
gebeld, maar Raphaël kan ik niet bereiken aangezien ik zelf mijn PMR-radio
in mijn kamer vergeten ben. Uiteindelijk maar naar de kamer gerend en
Raphaël uit zijn bed gehaald. As usual. Veel slaap gun ik hem niet als hij
na zijn shift in zijn bed kruipt. Een uurtje later lap ik hem dat nogmaals
als ik opnieuw twee dwergvinvissen aantref. Als ik de derde keer
dwergvinvis spot, komt hij niet meer uit zijn bed. We liggen opnieuw voor
het grotendeel van de dag ter plaatse, geteld moet er dus niet worden.
Toch duiken af en toe dwergvinvissen op, meestal op 1-3km, een aantal maal
wat dichter (500m). Foto’s nemen valt niet mee, ze komen enkel een fractie
van een seconde boven en het is moeilijk te voorspellen waar en wanneer ze
opnieuw bovenkomen. Ik ben (of je bent) met andere woorden altijd net te
laat om een foto te nemen. Vogelsgewijs is het niet veel soeps: snow
petrels – en op foto’s kan ik zien dat ze wat meer zwart voor het oog
hebben dan het individu dat ik fotografeerde bij Bouvet, en dat de
verhoudingen toch wat anders zijn –, Antarctic Petrels een drietal
Southern Giant Petrels. We vijf langsvliegende sterns, maar daar is niets
aan te zien. Enkel op basis van de onze locatie, zal het vermoedelijk om
Noordse sterns gaan.
We blijven nog twee dagen in deze polunya, en aangezien de wind opsteekt
en er witte golfkopjes ontstaan, valt het nu helemaal niet meer mee om nog
dwergvinnen te vinden. Als Alejandro even wordt afgelost door Sebastian -
omdat Alejandro’s (die in het nationale hockey-team van Argentinië
speelde) spierkracht nodig is om het een en ander te verplaatsen – zegt
deze “You have the hardest job on board here.
I am standing for 10 minutes
here and I am so bored. How can you keep on looking over the ocean for a
whole day?”.
En dat is de nagel op de kop slaan. Turen over water, uren na
elkaar, zonder iets te zien , is vermoeiend. Soit. Nog twee dagen, en dan
bereiken we het ijs. Zoals de situatie er nu uitziet, zal het rammen
worden, want het ijs is dik. Op 20/12 moeten we op Neumaeyer aankomen. Het
is dus nog twee dagen tanden bijten, want veel gaan we hier niet zien.
Hopelijk levert het ijs de verhoopt Crabeaters, Leopard Seals , Weddell
Seal and Ross Seal op.
Na mijn shift in de Red Saloon gekomen, hebben Sabine, Loretta, Ina en
Sebastian zich geamuseerd met een kersthuis te maken in speculoos. Ze mag
maar opgegeten worden als iedereen gezien heeft, en dat vind ik minder
leuk. Als Florean binnenkomt heft hij zijn vuist op alsof hij het huisje
in gruzlementen wil slaan, zodat we het kunnen opeten, maar hij doet het
niet :o), helaas. Straks nog even naar Zillertal.

14/12/2012 – “Ijswoestijn”

Aangezien we - volgens de planning van 13/12 – vandaag van 02h00 tot 09h30
min of meer ter plaatse zouden blijven, bleef ik een uurtje langer in bed
liggen. Ik stond om 05h00 op omdat ik het gevoel had dat we aan het varen
waren, maar eenmaal op de brug bleek dat we ons maar twee zeemijl
verplaatsten, onvoldoende voor een telling (die altijd 30’ dient te
duren). Het uitzicht is mooi: we zitten in het ijs. Weliswaar nog geen
pakijs dat gebroken dient te worden, maar allemaal losse stukken ijs, de
bedekkingsgraad schommelt tussen 20 en 80%. Veel is er niet te zien. Nu en
dan vliegt er een Antarctic Petrel of een Snow Petrel voorbij en het is in
tegenstelling tot gisteren zoeken naar pinguïns. De verhoopte robben en
dwergvinvissen blijven uit, ook al is de zee zo plat als iets. Na het
ontbijt even bij de dokter langs geweest om mijn wonde te laten nazien.
Alles ziet er goed uit, al bloedde de wonde nog wel even toen het verband
werd verwijderd. Ik moet ze in elk geval nog twee dagen droog houden, dus
dat wordt weer douchen met een plastiek zak.
In de voormiddag duikt aan de horizon de Zuidafrikaanse ijsbreker de
‘Aghallas’ op: voor het eerst in twee weken zien we tekenen van
beschaving. De Aghallas is iets langer maar minder breed dan de
Polarstern. Als minder krachtige ijsbreker is ze afhankelijk van de
Polarstern om haar haven te bereiken, en hoewel ze ons nu voorbijsteekt
zal ze aan de rand van het pakijs op ons moeten wachten. De Aghallas komt
even goedendag zeggen en vaart ons op een gezapig tempo dicht voorbij.
Iedereen staat buiten, op beide schepen. Beide schepen toeteren er op los
als we elkaar kruisen, en ik vraag me af of dit helse lawaai al geen
schending is van de Antarctic Treaty :O).
De cameracrew heeft een vlucht en hangen toch een uurtje rond het schip om
allerhande ‘footage’ te maken. Ze landen ook even op het ijs, maar ik was
te laat om daar een foto van te nemen.
In de namiddag is het even gillen geblazen. Florean (de officier) is van
wacht en Loretta, Nina, Sabine, Raphaël en ikzelf staan op de brug. Zoals
gewoonlijk gaan de meiden uit hun dak als ze pinguïns zien – en je zou
voor minder, ze zijn zo hilarisch grappig en schattig. Hoewel ze zwart en
wit zijn (de pinguïns) zie je ze soms verassend genoeg compleet over het
hoofd als ze met hun witte buikjes naar je gericht staan. Vaak merk je ze
dan ook maar op als je de ijsschots waarop ze staan op minder dan honderd
meter benaderd ben. Op een bepaald moment is aan het lawaai van de dames
te horen dat er pinguïns zijn gezien. Ook even rechtgestaan… man man man.
Onmogelijk om dit met woorden te beschrijven. Vijf Adelies staan op hun
ijsschots van laten we zeggen 10 bij 10 meter. Aanvankelijk staan ze er te
staan, maar dan worden ze nerveus. Ze houden hun vleugeltjes horizontaal
en wat naar achter gericht, en beginnen paniekerig in alle richtingen te
lopen. Aan de rand van hun ijsplaat gekomen, willen of durven ze precies
niet in het water springen – alsof ze bang zijn om hun verenpakje nat te
maken - en keren ze om, om dan in een andere richting te lopen – als
kippen zonder kop. Ze struikelen nu en dan over hun eigen pootjes en
vallen dan pardoes voorover, twee van de vijf proberen zich dan ook
glijdend op hun buik voort te bewegen. Het mag dan wel een efficiënte
manier zijn om je over grote afstanden te verplaatsen, op een kleine
ijsplaat is het dat niet. We lagen plat van het lachen. Te dicht gekomen
stuiven ze dan toch maar het water in, maar elke vorm van elegantie
ontbreekt. Ze strompelen dan op de eerstvolgende ijsplaat en maken zich
zo snel als mogelijk verder uit de voeten.. On-ge-lo-fe-lijk. Schitterend.
Niet normaal. Jammer dat Markus niet op de brug stond om dit te filmen.
Met dit filmpje had eenieder een programma als “funniest video” gewonnen,
hierbij de concurrentie ver achter zich latend.
In de namiddag valt er nu en dan een sneeuwbui. Hoewel het
wateroppervlakte met moeite enige rimpeling vertoonde en de
waarnemingsomstandigheden ideaal zijn, vinden we geen walvisachtigen. Ik
vind wel een slapende Crabeater en even stijgt de spanning als Alejandro
een vin boven zag komen aan de achterzijde van de ijsplaat waar de
Crabeater op lag te slapen. Orka !? Helaas, hij is de enige die de vin
heeft gezien, en hij is niet zeker. Van een orka zou je verwachten dat hij
herhaaldelijk zou bovenkomen, en één enkele waarneming van een vin zonder
meer, dat lijkt toch eerder om een dwergvinvis te gaan.
Om 18h55 neem Dominique even mijn shift over zodat ik wat inkopen kan
doen. Bij terugkomst is het even balen want in de tien minuten dat ik weg
was, werd een Crabeter vlakbij het schip gezien. Jammer maar helaas.
Om 19h30 naar de voorstelling geweest van het (doctoraats)onderzoek van
Daniël naar de dynamiek van pinguïns in ’huddles’. Overdag staan
keizerpinguïns alleen, maar ’s nachts kruipen ze dicht tegen elkaar – zo
houden ze elkaar warm, want het vriest er tot -50°C. Met het blote oog
valt nauwelijks enige beweging in de huddle te detecteren, maar als men
een groot aantal beelden over een lange tijd versneld weergeeft, is
duidelijk te zien dat de pinguïns wel degelijk bewegen: om de zoveel tijd
zetten alle pinguïns een stap vooruit – bijna synchroon, als op commando.
Waarom ? Wie geeft het teken ? Het komt er eigenlijk op neer dat sommige
pinguïns een stapje vooruit zetten. Een pinguïn die een stap vooruit zet,
duwt tegen de pinguïns die voor hem staan, en die zetten op hun beurt een
stap vooruit. Deze beweging zet zich voort doorheen de ganse bende, net
als een Mexican wave. Elke halve minuut schuift elke pinguïn op deze
manier een achttal centimeter op. Er zijn geen ‘leiders’ die de beweging
in gang zetten, elke pinguïn kan dus een stap vooruit zetten en dus een
nieuwe groepsbeweging in gang zetten. De vraag rest natuurlijk waarom ze
dit doen. Waarschijnlijk wordt de beweging in gang gezet door mannetjes
die het ei willen roteren. De eieren worden uitgebroed door de mannetjes
die het ei houden tussen de poten en een huidplooi, maar om te verhinderen
dat het ei zou bevriezen aan de onderzijde moet het ei voortdurend worden
geroteerd. Als de pinguïns overdag alleen staan, roteren ze het ei door er
met hun snavel tegen te duwen. Maar als de pinguïns als metroreizigers in
een overvolle metro tegen elkaar gedrukt staan, kunnen ze niet even met
hun kop naar beneden om het ei te draaien. Als ze echter een klein stapje
zetten, rolt het ei wat over de poten en wordt een andere zijde van het ei
naar de grond gericht.

12/12/2012 – “Stiches”

Het begint een gewoonte te worden: als ik op de brug kom om 04h00, heeft
Raphaël nauwelijks iets gezien. Walvissen hebben blijkbaar een voorkeur om
actief te zijn tussen mijn shifts, want rond 05h00 krijg ik een bultrug te
zien. Niet dicht, maar ook niet oneindig ver. Om half zes zie ik een blow
recht voor het schip, en de blow lijkt me nogal laag. Ik zie een walvis
loggen (aan de oppervlakte liggen), en de vin lijkt nogal driehoekig.
Potvis? Daar lijkt het nogal op. Alleen kan ik de vorm van de vin niet
perfect inschatten omdat ik het dier vooral in achteraanzicht zie. Ik laat
aan Dominique en Raphaël via de speaker weten dat ik een mogelijke potvis
heb, maar Dominiques speaker blijkt op de brug te liggen en Raphaël is
blijkbaar nogal moe. Aangezien de mogelijke potvis gewoon recht voor het
schip blijft liggen en geen aanstalten maakt om snel te vertrekken,
besluit ik naar Monkey Island te gaan om foto’s te nemen. Net voor ik de
laatste trede neem wiebelt het schip even en zet ik mijn voet verkeerd.
Baf. Ik val mijn scheenbeen vangt mijn volle gewicht op als ik de trede
raak. Even op de tanden bijten en rechtkrabbelen, en ik kan wat foto’s
nemen als de potvis fluked. Terug op de brug bekijk ik wat de foto’s.
Plots voel ik dat mijn broekspijp nat is, ik trek die op en ik zie dat
mijn scheenbeen nogal rood is gekleurd. Er staat een ei zo groot als een
halve appel op en als ik de huid wat uit elkaar trek zit er gewoon een gat
in. Hmmm. Florean belt toch maar de dokter op, zo heeft die ook wat werk.
Om 06h00 mag ik op visitie. De dokter bekijkt de wonde even en het moet
toch genaaid worden. De dokter meldt dat ik een lokale verdoving zou
krijgen, en dat de prik wel even pijn kan doen. Het was al over voor ik
iets gevoeld had. Tina, de verpleegster wordt uit haar bed geroepen en
komt 5 minuten later aangestrompeld. Zombieus :o). Tina merkt op dat de
cameracrew in de red saloon zit, en vraagt of ze alles mogen filmen. Ik
heb daar geen bezwaar tegen, en als Markus en Brian binnenkomen beginnen
ze te lachen omdat ik, op de operatietafel liggend, nog steeds mijn
verrenkijker om heb. “When do you ever take your binoculars off ?” Ze
nemen een interview af van mij, en filmen hoe de wonde gereinigd en
genaaid wordt. Nu en dan stellen ze wat vragen, en ze vinden het ook
bijzonder leutig om vragen te stellen zoals “Will Diedrik still be able to
watch wales with his injured leg?”. Drie hechtingen zitten er in, ik mag
twee dagen niet douchen en binnen twaalf dagen mogen de draadjes er uit.
Bizar, ondanks de lokale verdoving voel je wel wanneer de naald door de
wonde gaat. Markus merkt op het einde op dat een stukje vlees op de tafel
ligt, inderdaad, om een mooie wonde te verkrijgen die goed genaaid kan
worden, werden de randen van de wonde afgesneden. Akkes. De rest van de
dag deden Markus en Brian hun best om me wat te hekelen (weet niet of dit
het juiste woord is), maar wacht maar, ik krijg hen wel terug. Terug op de
brug lacht Florean ook een beetje met me, ik ben dus wel degelijk Diederik
Die Hardt (zie eerder), the Belgian Bad Boy. Soit. Omstreeks 07h00 een
grote blow. Fin Whale ? Hmmm. Ik zie een fluke… Fin Whales die fluken ? No
way. Via de speakers licht ik Dominique en Raphael in en bel ik Daniel op.
‘Dan is het een Fin Whale’, zegt Dominique bij zijn aankomst, ‘want blauwe
vinvissen zijn zeldzaam’. Ik gebruik dergelijke criteria niet voor
determinatie. De blow was hoog, er was een fluke. Dat zet mij op het spoor
van blauwe vinvis. Als de rug even bovenkomt, zie ik een enorm lijf en dat
de ruggengraat iets verheven is, en van in het noorden weet ik dat Fins
dat niet hebben. De spatranden zijn bovendien enorm. Florean heeft een
duidelijke vin gezien en is zeker van Fin Whale. Mijn foto’s tonen echter
een piepklein vinnetje… jawel: 3 blauwe vinvissen. Annette is lichtelijk
ontgoochelt want pas als de determinatie vaststaat, werd ze ingelicht door
Daniel. Eer ze op de brug komt, zijn de beesten al verdwenen. Nu, als we
er drie zien, zullen we er nog wel zien, voorspel ik. Niet iedereen is
hiermee akkoord, want blauwe vinnen in het zuiden zijn zeldzaam. We zien
wel. Vanaf half zeven liggen we stil, en we besluiten om 09h00 te vliegen,
eerst even kijken of we de blauwe vinvissen terugvinden en dan naar zuid,
richting het ijs. Ondanks de vlakke zee en de goede zichtbaarheid, is het
geen bijster goede vlucht. Ik vind 4 Southern Bottlenose Whales
(zuidelijke butskoppen) en een walvis die 2x blowt, maar niets werkt echt
goed mee. Op S62° en E00° aangekomen, is nog geen echt pakijs. Terug
aangekomen op het schip, zijn een paar vinvissen goed langsgekomen. 
Jammer, maar helaas. In de namiddag worden door de camera wat blows
gezien, en als er een blow op 01h en 03h wordt gezien en Annette op de
brug staat, zeg ik haar de blow op 01h in de gaten te houden. Afgaande op
de blow, lijkt dit me een blauwe vinvis te kunnen zijn. Volgens Annette
kun je geen blauwe vinvissen determineren op de blow alleen. Ik zie een
fluke (jawel) en die is ‘huge’. Ze heeft hem niet gezien, maar ik
insisteer en zeg dat ze zich beter focust op die van 01h. Ze vraagt Daniël
via de walkie-talkie om haar in te lichten als het dier terug bovenkomt.
Het dier komt boven (en inmiddels staat iedereen op de brug), een pak
dichter, op ca. 2km (eerste keer was op 4km). Ik ben zeker van mijn stuk,
de anderen niet, dus ik vertrek naar Monkey Island om het dier te
fotograferen. Blijkbaar komt net dan het beest boven en kan hij mooi als
blauwe vinvis worden gedetermineerd. Helaas ben ik te laat. Geen foto dus…
nog een paar keer wordt het dier gezien, en uiteindelijk slaag ik er toch
wat foto’s te nemen … maar op de brug blijkt dat ik zonder te beseffen de
belichting had aangepast: alle foto’s kregen een belichting van +3 mee en
zijn dus overbelicht. Toch kan ik met Lightroom duidelijk het vinnetje
zien. Dat zijn 4 blauwe vinvissen gevonden, op basis van de blow, terwijl
het niet mogelijk zou zijn :o). Het blijft dan een paar uur stil, en als
we om 16h00 beginnen te varen, slaag ik er in om binnen een kwartier de
tijd een flukende blauwe vinvis te zien (die ik determineerde op basis van
de blow, jawel), 2 matig dichte bultruggen en een loggende potvis. Niet
slecht. Ondertussen doet mijn onderbeen behoorlijk pijn, maar soit, dat
hoort er bij. Als we het ijs (nog niet het pakijs invaren) probeer ik er
nog een dwergvinvis of orka uit te sleuren, maar dat lukt me niet. Ik vind
wel een rob, waarschijnlijk een crabeater, maar het is te ver om met
zekerheid te zeggen. De dokter komt nog even langs en raadt me aan
voldoende te rusten, zo min mogelijk te stappen en het been zo hoog
mogelijk te houden. I’ll try. Toch om een pijnstiller geweest in geval de
pijn me wakker zou houden ….

11/12/2012

Om 04h00 loste ik Raphaël af. Na twee uur varen kwamen we aan op de plaats
van de mooring en zouden we toch een aantal uur stilliggen. Aangezien de
zichtbaarheid weer verre van optimaal was, even wat andere taken volbracht
(was doen). Er wordt besproken of we zouden vliegen, maar het lijkt mij in
elk geval niet opportuun omdat de zichtbaarheid niet optimaal is. We
besluiten dan maar de beslissing uit te stellen tot de namiddag. Voor het
eerst deze trip slaag ik er in om wat sport te doen, maar het is toch
duidelijk dat het al lang geleden is. Tegen de middag even naar het
arbeidsdek geweest, maar veel vliegt er niet rond het schip. Het
middagmaal sla ik over, veel honger heb ik niet. Om 12h30 even naar een
meeting geweest over wat en hoe je te gedragen op Antarctica zelf. Te
onthouden: niet in een cirkel om een pinguin gaan staan, een pinguin niet
dichter benaderen dan 5 meter (je mag wel ergens gaan zitten en als de
pinguin zelf beslist om jou van nabij te komen onderzoeken – en dat doen
ze graag – dan is dat geen probleem), 50 meter blijven van een Giant
Petrel, aangezien deze aanvallen, en als we de kolonie keizerspenguins
bezoeken, mogen we er niet tussen wandelen. AHA, de kans is er dus dat we
de keizerspenguins mogen bezoeken, en jawel, die zitten nu allemaal met
donzige kuikens. Iets om naar uit te kijken dus. Om 13h30 naar de
heli-meeting en Dominique besluit te vliegen. De cameraman Markus zou
meegaan. Ik ben niet 100% overtuigd van de keuze, aangezien er toch wat
witte koppen staan en de zichtbaarheid amper een 5-tal mijl is.
Aanvankelijk zou Dominique aan boord blijven, maar aangezien hij best
camera’s te woord kan staan, blijft Raphaël op het schip. We maken een
vluchtplan naar het noorden, naar een locatie waar ze vorig jaar een grote
concentratie vinvissen hadden aangetroffen. Zoals verwacht zagen we, op
één bultrug die onmiddellijk de diepte indook, niet erg veel. Hier en daar
vlogen we over een ijsberg, en op sommige zaten flink wat chinstrap
penguins. Altijd bizar hoe penguins er in slagen om tot boven op die
ijsbergen (20-30-40m hoog) te klauteren. Zowel van uit de heli als vanop
het schip zien we steeds meer ijsbergen. Gigantisch groot, gigantisch mooi
en soms gigantisch gek van vorm. Te zot voor woorden. Hoewel de golven
maar 3-4m hoog zijn, slaan de golven torenhoog tegen de ijsbergen. Toch
iets vreemd, ik snap het niet goed. Het weer is betrekkelijk goed, en om
te genieten van misschien wel een van de laatste zonsondergangen
(misschien wel mijn allerlaatste als de wereld effectief naar de vaantjes
gaat op 21 december ;-)) samen met Loretta, Ina, Raphaël, Markus en
Sebastien op Monkey Island gaan staan. Het is bitter koud (0°). Markus
filmt de zonsondergang, maar als hij even bij ons komt staan en het schip
wat wiebelt, kletst zijn camera … ei zo na tegen de grond: ze blijft
gelukkig hangen aan een touw gespannen rond een van de meetinstrumenten.
Als dat geen geluk hebben is.

10/12/2012

Afgelopen nacht weinig geslapen. De polarstern is een speelbal van de
golven geworden en rolt en stampt van jewelste. Armen en benen spreiden is
het enige doeltreffend middel om niet uit je bed te rollen. Alles dat niet
in kasten was gestopt, schuift heen en weer en kletst op de grond. Alles
in de kamer en het schip kraakt van jewelste. Als ik even de waterpas van
mijn GSM gebruik, zie ik dat het schip schommelt tussen 20° stuur- en 20°
bakboord. Opstaan hoeft niet, we varen niet, dus ik kan uitslapen. Af en
toe hoor je in andere ruimtes allerhande spullen tegen de grond kletsen.
Als ik om 08h30 opsta en naar de red saloon ga, zijn alle zetels
vastgegespt en zijn tafels van boorden voorzien. Via de intercom krijgen
we te horen dat de brug en het arbeidsdek gesloten is, niemand mag naar
buiten. Door het raampje merk ik dat het nochtans mooi weer is, en er
hangen behoorlijk wat vogels (Blue Petrels, Antarctic Petrels, Cape
Petrels, Southern Giant Petrel) rond het schip. Mooi licht, maar het lijkt
me niet echt snugger om nu buiten te gaan staan. De windkracht blijft
toenemen en we rollen als maar harder. De stoelen in de kamer beginnen te
schuiven en eentje schuift regelrecht de kamer uit. Aangezien de
filmploeg net buiten onze kamer een camera heeft bevestigd in de gang, om
op beeld vast te leggen hoe mensen in deze omstandigheden door het schip
lopen, moet onze stoel zeker in beeld zijn gekomen. Met de regelmaat van
de klok hoor je alles in de keuken tegen de grond gaan, onmiddellijk
gevolgd door een recem vloeken van het personeel.

09/12/2012

Als de wekker om 03h45 afloopt, merk ik dat Raphaël in zijn bed ligt.
Aangezien er om 04h30 een CTD was gepland, had hij nochtans aangeboden om
dat eerste half uur van mijn telling over te nemen, zodat ik wat kon
uitslapen. Ik draai al 10 dagen twee shifts van 4h, de anderen slechts
een. Als ik even op Raphaël computer kijk, zie ik dat de winch al op
3400meter diepte zit: we liggen dus stil en de CTD is al halfweg.
Omstreeks 05h00 opgestaan en tegen 05h30 kunnen we vertrekken. Er vliegen
mooie aantallen Kerguelen Petrels, maar voor de rest niet veel soeps.
Aangezien de wind weer strak staat en er toch redelijke golven zijn,
moeten we niet rekenen op walvissen. In de loop van de voormiddag wat
foto’s bekeken en opgekuisd, en het aantal foto’s kunnen terugbrengen van
een goeie 5000 naar 891. Op een van de foto’s merk ik ook een Cape Petrel
van een andere ondersoort, en ik heb ook een matige foto van een
Slender-billed Prion. We hadden ze al gedetermineerd in het veld maar dat
werd altijd met het nodige sceptisme onthaald, maar nu kan niemand er meer
rond. Omstreeks de middag komt er een algemeen bericht van de intercom:
alles in kamers en labo’s moet worden vastgemaakt, want men verwacht een
zware storm: 8-9BFT met pieken tot 11 en een gemiddelde golfhoogte van 6-7
meter. In de loop van de nacht en de volgende dag zal de storm aanwakkeren
tot 10BFT met pieken van 12BFT en een gemiddelde golfhoogte van 8m.
Eindelijk ! Inde kamer zoveel mogelijk spullen in kasten gestopt of op de
grond gelegd. In de namiddag liggen we voor een CTD weer stil, maar
omstreeks 16h00 ga ik toch naar de brug. Aangezien de winch dan nog 890m
toont, neem ik een leesboek mee. De kapitein komt even in mijn boek
bladeren en weet me te vertellen dat hij eigenlijk min of meer het boek
kan lezen. Nu, Duits en Nederlands leunen ook dicht tegen elkaar, en ik
begrijp ook min of meer waarover een Duitse tekst gaat. De kapitein
vertelt me verder ook dat de plannen gewijzigd zijn: we blijven hier ter
plaatse tot dinsdagmiddag. Er is moet een recovery van een mooring
gebeuren, maar deze kan niet gedaan worden wegens de harde wind. Doorvaren
heeft geen zin, want als de mooring nu niet wordt opgehaald gaat twee jaar
data verloren. We blijven hier dus liggen tot de storm is voorbijgewaaid.
En De BBQ gaat als gepland door op het arbeidsdek, en het is weer smullen
van jewelste: kangoeroe, struisvogel, steak, witte worst, lamsvlees en
drank a volonté. Het achterdek van het schip danst op en neer, en het
zijn toch maar griezelige beelden. Op het achterdek staan twee containers
op elkaar gestapeld, en als het dek in een golfdal terechtkomt staat de
horizon net iets hoger dan de hoogste container. Gelukkig ligt de
Polarstern met zijn neus in de wind. Dit spektakel vastleggen op foto valt
dik tegen, zelf op video krijg je niet dezelfde indruk als in de
realiteit. Het is ‘schrikwekkend’, maar geen enkele golf slaat over de
rand van het schip. Soms rollen golven vlak langs het schip, en rolt een
muur van 2-3 meter water op een halve meter langs je voorbij. Cool ! Na de
BBQ geeft Olaf, de chief scientist, nog een speech ter ere van het dertig
jarig bestaan van de Polarstern. Daarna blijven we nog wat plakken op het
dek, maar na een paar uur begint nu en dan toch een golfje over de rand te
slaan en wordt de dreiging groter. Annette, Daniel, Raphaël, Ina, Loretta
en ikzelf verkiezen toch maar de zekerheid boven het spektakel en
besluiten om toch maar naar de binnenruimte van het arbeidsdek te gaan. Ik
schat nauwelijks een half uur later, slaat een golf over de rand van het
schip en staat het achterdek even 30cm onder water. Een van de BBQ’s is
omgeslagen en er ontstaat een grote stoomwolk. Langzaam maar zeker begint
de Polarstern meer en meer te rollen en stampen. Aangezien de vermoeidheid
de kop op begon te steken, omstreeks 23h00 afgezakt in de richting van
mijn bed.

08/12/2012

Mist… dat is het woord van de dag. Omstreeks 04h00 was de zichtbaarheid
amper een kilometer. Als ik op de brug kom, meldt Florean (de officier)
dat we net aan een CTD beginnen. Aangezien ik een wrak ben, is dit goed
nieuws. Snel terug naar mijn kamer en een uurtje rust. Om 05h30 terug naar
de brug, en nog steeds mist. Jammer, want het waait niet bijzonder hard.
De filmploeg heeft een fototoestel gemonteerd op de brug die elke 5
seconde een foto neemt, en ik kon het toch niet laten om even met de
plastieken walvissen voor de lens te spelen. Het duur niet erg lang vooral
eer toch een aantal blows worden gezien, en een bultrug komt op minder dan
30m naast het schip boven. Het geluid van de blow is toch iets speciaals.
Naast enkele bultruggen en gewone vinvissen wordt weinig gezien. Er wordt
even overleg gepleegd of we al dan niet zouden vliegen, maar met een
dergelijke zichtbaarheid lijkt mij dit weinig zinvol. Snel even naar de
weerman gegaan, en die wist mij te vertellen dat het in de namiddag niet
zou verbeteren wat betreft de zichtbaarheid. Als ik terug op de brug kom,
wordt Dominique door de filmploeg geïnterviewd. Dominique is er nu ook van
overtuigd geraakt dat vliegen weinig zinvol is, vooral omdat we nog iets
te ver zitten van de zone waar ze vorig jaar grote aantallen gewone
vinvissen hadden. Morgen vliegen zou beter zijn, alleen zou het weer dan
wel roet in het eten kunnen gooien. Tussen 10h30 en 14h ligt het stil
opnieuw stil voor een CTD. Een ideaal moment om wat foto’s te nemen, want
rond het schip hangen nu behoorlijk wat vogels: 14 Light-mantled Sooty
Albatrosses, 2 Black-browed Albatrosses, 2 Southern Giant Petrels, een
aantal Cape en Antarctic Petrels en een deel prions. Snel naar het F-dek
dus, waar we eigenlijk op waterniveau staan. Met golven van 3 meter sta ik
daar nog niet met vol vertrouwen: mocht een golf over de rand van het
schip slaan, dan zou dat nogal eens desastreuze gevolgen kunnen hebben
voor mijn fotomateriaal. Maar aangezien het niet al te harde wind is en de
golven regelmatig zijn, danst het schip netjes op de golven mee, al voelt
het toch wat eng aan als je net in een golfdal zit en de volgende golf
ziet aankomen. Er is geen zon, dus ik moet foto’s nemen op 400 ISO om toch
voldoende sluitersnelheid te hebben, en daar ben ik niet echt gelukkig
mee, maar zo is het nu eenmaal. Makkelijk is het ook niet… want de vogels vliegen
niet bepaald in een rechte lijn. Na een half uurtje toch een 400-tal
foto’s genomen en dan snel even naar binnen om de kaartjes te legen. Ook
wat data ingegeven, en omstreeks 13h00 terug nog wat foto’s gaan nemen.
Inmiddels vloog er een Snow Petrel rond de boot en Raphaël vond een
Chinstrap Penguin achter het schip. Die liet zich niet makkelijk
fotograferen, maar enkele minuten later vond ik nog een groepje van 3 en 5
Chinstrap’s die ook even naar het schip toekwamen. Als het schip koers zet
naar het volgende station, vliegen er overal vogels. Het is haast
onmogelijk om een onderscheid te maken tussen wat met het schip meevliegt
en ‘nieuwe’ vogels, we hebben er dan ook geen flauw idee van hoe accuraat
onze tellingen zijn. Dominique weet te vertellen dat tijdens de trip van
vorig jaar nauwelijks vogels werden gezien, en wat aantallen betreft er
een bijzonder groot verschil is met vorig jaar. Raphaël en ik menen ook
twee verschillende soorten prions te herkennen, wat ook op foto’s blijk:
beesten met een dunnere en beesten met een dikkere snavel. Alleen is
prions determineren uitermate moeilijk. Dat is dus werk voor thuis. Even
meenden we ook Fairy Prion te zien, maar dat moeten we toch herroepen als
we er de Shirihai op naslaan: Fairy moet nog wat meer zwart hebben. Om
17h30 liggen we terug stil, ditmaal voor een diepe CTD. Dit betekent dat
mijn shift er voor vandaag op zit. Aangezien er morgen een CTD is oml04h30
en ik nu al elke dag twee shifts draai van 4h en de anderen maar eentje,
biedt Raphaël aan om door te tellen tot de CTD begint, zodat ik eens kan
uitslapen. Dominique komt nog even vertellen wat de weersvoorspellingen
zijn voor de komende dagen, en dat is niet bijster. Morgen 8-9BFT, golven
van 6meter en een zichtbaarheid van 2meter. Maandag een gelijkaardig
weertje, dinsdag zou iets beter zijn, maar dan zitten we waarschijnlijk al
dicht bij het ijs. Er ligt een grote ijsschots voor de plek waar wij
moeten aanmeren om Neumayer te bevoorraden. Er zijn twee scenario’s
mogelijk: ofwel bereiken we de plek niet of moeilijk, en dan dient de
bevoorrading over het ijs te gebeuren; ofwel blijkt alles nog mee te
vallen en kan aangemeerd worden vlakbij het station. Blijkbaar kan niet
uitgemaakt worden welke situatie zich waarschijnlijk zal voordoen, en moet
men dat ter plekke ervaren. De eerste situatie zou voor ons alvast het
gunstigst zijn, fingers crossed dus. Dominique geeft ook wat data in, maar
hij vindt de overzichtstabel die hij vorige trips gebruikte toch sneller.
Het is moeilijk om duidelijk te maken dat de data van vorige trips niet in
een dataset werden ingegeven maar in een overzichtstabel waar hoegenaamd
geen dataverwerking mee gedaan kan worden. Om data van verschillende trips
met elkaar samen te voegen, wordt dit een complexe, bijzonder tijdrovende
klus …. Van een overzichtstabel een echte dataset maken is absoluut geen
eenvoudige klus, terwijl van een echte dataset in enkele seconden een
overzichtstabel kan worden gegenereerd.

07/12/2012

Als ik om 04h00 op de brug kom, heeft Raphaël in het voorbije uur niets
gezien. Nauwelijks een minuut nadat hij gezegd had dat ik zoals gewoonlijk
tijdens mijn shift vanalles zou zien, duiken voor het schip twee
bultruggen en een gewone vinvis op. Rond het schip vliegen verschillende
Kerguelen Petrels. Het lijkt er dus wel op dat het donker beest dat we
gisteren zagen, inderdaad ook wel een Kerguelen moet geweest zijn. Rond
het schip vliegen tientallen Southern Fulmars, mijn tweede nieuwe soort
terwijl ik amper 5 minuten op de brug sta. Aangezien we vandaag langs het
eiland Bouvet zouden varen, wordt een heli-vlucht gepland in de namiddag.
Om 08h00 naar de heli-meeting geweest en alles ziet er goed uit. Hoewel er
momenteel nog wat golven stonden, zou de golfhoogte serieus zaken in de
namiddag. In de voormiddag varen we nog tussen twee GIGANTISCHE ijsbergen
door, schitterend. De bergen zijn zeker 40-50 meter hoog, wat dus betekent
dat ze nog ca. 300meter onder water zitten ook. Het aantal vogels dat rond
deze ijsbergen vliegt is gewoon ontelbaar (maar dat zal nog niets blijken
met wat we in de namiddag zullen zien). Het landschap, de ijsbergen zijn
onbeschrijfelijk mooi. Net grote plakken boter die met een mes zijn
losgesneden en in het water gegooid, maar dan wel witte boter. De
journalisten hebben ook een korte vlucht omdat ze beelden wilden van de
Polarstern die door de grote golven op en neer gaat. Om 13h00 een
vluchtplan gemaakt en om 13h30 naar de meteo gegaan. Daar krijgen we groen
licht. Als we onze survival-suits gaan aantrekken, krijgen we ook een
helm. Dit is nieuw, afgelopen zomer waren die er nog niet toen ik aan de
andere kant van het planeet zat. De helmen spannen nogal, maar nu zien we
er echt uit zoals het hoort :o). We vliegen met een collega-piloot van
Hans. Als we opstijgen, waait het nog hard (4-5BFT) maar er staan weinig
golven. Er is toch iets mis met het geluid, want het geluid staat
snoeihard achteraan, terwijl Dominique aangeeft dat hij ons nauwelijks
verstaat als we iets zeggen. De piloot kan het volume voor en achter niet
apart regelen, dus het is vaak schrikken als iemand iets zegt. Bij een
volgende vlucht gebruik ik zeker oorstoppen … We zien Bouvet vlak voor ons
liggen. Woorden schieten te kort om deze vliegervaring te beschrijven. Het
eerste deel van de vlucht levert weinig op, behalve… overal vogels. Overal
witte puntjes. Het eiland is bedekt met een dikke ijskap en heeft grote
rotskusten. Duizenden witte puntjes. Tienduizenden. We zien ook zwarte
puntjes. Pinguïns. Duizenden… allemaal op een gelijke afstand van elkaar.
En op 50m (?) hoogte. Sjonge, kunnen die beestjes klimmen. We hopen
Southern Elephant Seal te zien. Aan de noordkant is een klein strandje dat
bezaaid is met rotsblokken. Als ik even beter kijk, zie ik dat daar
helemaal geen rotsblokken liggen: het zijn allemaal Antarctic Fur Seals.
Sjonge… honderden, duizenden. We zien ook een paar grotere bruine beesten
liggen: Southern Elephant Seals. Moeilijk te tellen, maar toch een groepje
of vijf. De piloot hangt stil en nadert dicht, de dieren hebben totaal
geen schrik en liggen gewoon verdwaasd te kijken. Foto’s nemen valt
wederom tegen: de meeste foto’s zijn onscherp. Mogelijk is dat door de
1,4x converter, die vliegt er zodra ik tijd heb af. Na tien minuten een
kwartier vliegen we door en komen we aan een kolonie zuidelijke
stormvogels… aantal ? Geen flauw idee… in elk geval tienduizenden, maar
dan ettelijke tienduizenden. Overal, maar overal, maar dan overal witte
puntjes. Dit lijken er miljoenen te zijn, en ik kan echt niet geloven dat
dit ‘maar’ honderdduizend koppels zijn. Als je naar beneden keek, dan zag
je het blauwe oceaanwater, met overal gigantische groepen witte puntjes,
maar dan ook gigantische groepen. Fenomenaal. De piloot wil ook niet te
laag vliegen uit schrik voor een birdstrike. Wanneer we nog wat verder
vliegen, komen we aan een mini-eilandje naast het grote eiland. Daarop zat
het bomvol pinguïns. We vragen even dichter te mogen vliegen, en tussen de
vele honderden pinguïns merkt Dominique een koningspinguin op. Het duurt
toch een tijdje eer ik het dier ook te pakken krijg en wat foto’s kan
nemen. Raphaël vindt ook enkele Chinstrap pingüins en zelfs een Gentoo
pinguin. Wanneer ik mijn foto’s bekijk van de Gentoo pinguin, zie ik dat
naast de Gentoo pinguin, enkele Adelie pinguins staan. Schitterend.
Kippevelmoment. We vliegen verder en vinden een groepje van 5 gewone
vinvissen en enkele groepjes bultruggen die aan het lungefeeden zijn.
Super. Omdat we wat krap in tijd beginnen zitten om het volledige
vluchtplan af te werken, besluiten we het plan overboord te gooien en nog
een rondje rond het eiland te vliegen. De converter vliegt van mijn
fototoestel en we vliegen nog eens naar de bezienswaardige plaatsen: het
strand met de zeeolifanten – en zonder converter kan ik nu wat betere
foto’s nemen, de kliffen met duizenden Macaroni-pinguins, de kolonie
zuidelijke stormvogels (hoewel we op vrij grote hoogte vliegen is het
uitkijken geblazen voor voorbijvliegende stormvogels, eenmaal komt een
jager zelfs recht naar de heli gevlogen en staat mijn hart even stil) en
het mini-eilandje. Op het eilandje zitten wat Subantarctic Skua’s en een
Kelp Gull, de koningspinguin staat er nog altijd. Vooraleer we naar het
schip terugkeren, controleren we of de bultruggen nog ter plaatse waren.
We zien dat het om minstens 10 exemplaren gaat. Aangekomen op het schip is
het tellen echt onmogelijk. De aantallen vogels zijn ook hier ontelbaar,
dus besluiten we het tellen nog uit te stellen tot we voorbij Bouvet
gevaren zijn. Van op de Polarstern krijgen we ook een aantal relatief
dichte bultruggen te zien, en een eerste Snow Petrel vliegt rond de boot.
Deze soort zou hier niet al te vaak voorkomen. Wanneer we ’s avonds wat
foto’s bekijken, zien we dat op het eiland niet enkele, maar toch
behoorlijk wat Chinstrap en Gentoo Pinguins stonden, zelfs naast de
koningspinguïn stond er een Chinstrap, maar dat hadden we van uit de heli
nooit gezien.

06/12/2012

Sinterklaas. Alleen kwam hij niet. Blijkbaar zit hij op het noordelijk
halfrond. Om 04h00 bleek het te stormen én er was mist. Niettemin worden
heel snel enkele bultruggen gezien, al is gezien een groot woord. Met
6-8BFT een blow oppikken valt niet mee. Er is een groep aan boord die zich
bezig houdt met automatische detectie van walvissen door middel van
infraroodcamera… en keer op keer zijn ze ons voor. Hun systeem werkt bij
wijze van spreken feilloos: elke blow binnen de 6km wordt opgepikt, zelfs
beesten die zich ‘achter de mist’ bevinden. En het werkt met mist, in het
donker, én zelfs met harde wind. Nu, voor de prijs van ongeveer 1 miljoen
euro zou je niet minder mogen verwachten. Om 05h13 en 05h31 vind ik een
groepje bultruggen, maar ‘het systeem’ maakt duidelijk dat er vier groepen
waren, waarvan ik er eentje niet kon zien omdat ze aan de andere zijde van
het schip waren bovengekomen. Na een aantal waarnemingen in de morgen,
valt er verder niet veel te beleven. De wind waait te hard en de
zichtbaarheid is te slecht (minder dan 1km). Vaak regent het, en de storm
waait bakken spray tegen de ramen. Als ik niet van shift ben, ben ik wat
met de foto’s bezig, want veel is er toch niet te zien. Vlak voor de
duisternis verdere observaties belemmerd, zien we nog een donker ‘petrel’,
maar het is niet duidelijk of het nu een donkere soft-plumage petrel is
dan wel een Kerguelen petrel. We moeten het dier echter laten gaan, al
hebben we wel het vermoeden dan het een Kerguelen is.
’s Avonds is er een quiz, en ik zit het groepje met de kapitein, zijn
vrouw en chinese student. Behalve de vraag over de reuzenalbatros, potvis
en dodo, bakte ik er niet veel van, maar de kapitein heeft blijkbaar een
uitgebreide kennis. Op de vraag welke vulkaan op een foto werd afgebeeld,
kon de kapitein niet antwoorden – hoewel hij eigenlijk de enige zou moeten
zijn die het zonder meer wist – en daarom vulde ik het antwoord Jan Maeyen
maar niet in… (als de kapitein niet overtuigd was, zou het wel mis zijn)…
jammer, want dat was het juiste antwoord. Desondanks behaalden we toch een
16/20. Niet slecht, en we staan misschien wel op de eerste plaats. Na de
quiz zitten we nog een paar uurtjes in de Red Saloon. Tot zover deze dag.

05/12/2012

Vannacht werd d klok een uur terug gedraaid, ship’s time is nu UTC time.
Om toch voldoende nachtrust te hebben, besloot ik gisteren om mij niets
van de uursverandering aan te trekken en vandaag op te staan op hetzelfde
UTC-uur als gissteren, onafgezien van de ship’s time. In feite was dit een
uur te vroeg, maar soit. Het waaide 6BFT, dus net iets minder dan
gisteren, maar de swell is beduidend hoger. Opnieuw een dag waar walvissen
zien nagenoeg onmogelijk zal zijn, tenzij ze haast tegen het schip aan
zwemmen. In de eerste uren fladderen nogal wat Black-bellied Storm Petrels
rond het schip.Verder vliegen er een aantal Blue Petrels rond het schip en
een prion die wel eens een Slender-billed zou kunnen zijn. Als Raphaël
rond 06h00 opstaat neemt hij voor een uurtje mijn shift over, ikzelf ga
even naar buiten om die bleke prion te fotograferen. Buiten is het nogal
fris (2°C) en het contrast met twee dagen terug (26°C) is dan ook
‘kouwelijk’. Als ik even naar voren kijk, zie ik vlak naast het schip twee
penguins. Ik kan dit nauwelijks geloven want ik verwacht die beesten hier
niet (we zitten goed 1000km(??) van land verwijderd). Voor ik ze kan
fotograferen duiken ze onder en zie ik ze nog enkele malen boven water
plonzen (ik weet niet welk werkwoord ik hier moet gebruiken)of ‘boogjes
maken’. Ik zit met een beetje beteuterd gevoel, want als dit een
way-out-of-range waarneming is, en ik heb niets van bewijs … Helaas, so it
be. In de loop van de voormiddag trekt de wind wat aan, en als ik op het
arbeidsdek ben zie ik de chief scientist Olaf druipnat binnenkomen, ietwat
beteuterd met zijn iphone in zijn handen. Blijkbaar werd op het arbeidsdek
een interview afgenomen en sloeg een golfje over het dek. ‘Zeiknat’ zijn
is niet echt leuk, en een Iphone mag dan (zogezegd) het pareltje van de
smartphones zijn, net als de meeste andere electronica-spullen is ze niet
opgewassen tegen een ienieminipietsie zout water. In zijn hielspoor twee
natte journalisten en twee halfnatte cameramensen. Gezien zij hun douche
gisteren twee dagen terug al hadden gekregen, waren zij al wat
voorzichtiger geworden en konden ze de dans ontspringen. Nu, aangezien een
soortgelijk voorval was opgetreden op 03/12, was het niet echt snugger om
op het laagste dek een interview af te nemen. Een belangrijke les dus,
eentje van ongeveer €700 (dat is toch de kostprijs van een Iphone dacht
ik). Tegen 11h heeft de wind een kracht van 8 BFT bereikt en piekt tot 9.
Voor morgen wordt nog iets meer verwacht (yess!) en vrijdag zou het het
ergst zijn (yes yes !! Eindlich !). Maar we weten ondertussen al dat
weervoorspellingen in polaire regio’s niet altijd betrouwbaar zijn. Golven
slaan tegen de boeg van het schip en ontploffen in ‘spray-wolken’ die tot
ver over de brug (18m hoog) vliegen. Van op de brug lijken de golven (het
zijn eigenlijk niet echt golven, het gaat hier om swell) niet zo hoog, een
meter of 2, maar als je op het arbeidsdek staat dan is het toch even
slikken. Van ‘dal’ tot ‘swell’-top moet dat toch iets van 5 meter zijn.
Het schip ligt dwars op de wind en we dobberen samen met de golven op en
neer. Als ik wat foto’s aan het bewerken ben, komt Dominique even over
mijn schouder meekijken… en zo ziet hij – quasimaal vlak voor mijn neus
als ik uit het raam had gekeken – drie penguins zwemmen. Macaroni’s !!!
Zalig. De moeilijkste soort om te zien te krijgen aangezien ze in de
verste verte niet in de buurt van hun kolonies blijven buiten het
broedseizoen. Door het raam wat foto’s genomen en dan naar buiten gerend.
Nogal frisjes in een tshirt. Drie Macaroni’s kwamen eerst wat dichter, en
plonsden dan weg van het schip. Snel terug naar binnen dus. Goed en wel op
de brug gekomen zagen we dat ze weer dichterbij waren gekomen. Snel terug
naar buiten om wat foto’s te nemen, maar vooraleer ik goed en wel beneden
was plonsden ze weer weg van het schip. We lagen hooguit een kwartier stil
en zetten dan verder koers richting zuid. De zichtbaarheid zakte
behoorlijk door miezerige regen en de wind zakte terug wat af. In de
eetzaal viel op dat het gros van de mensen nu met een pleister tegen de
zeeziekte achter hun oor lopen … Gedurende de namiddag varieerde de wind
tussen 6 en 8BFT, dus veel was er niet te zien. Waarschijnlijk waait het
ook net iets te hard en houden de meeste vogels het ook voor bekeken. De
wind veranderde nu en dan van richting en wanneer we dwars op de swell
varen gaat het schip op en neer. Nu en dan doen een reeks swell golven het
schip steeds meer schommelen, en als de neus van het schip dan neerkomt op
een golffront verschijnt er een metershoge muur van water voor het schip –
op het zachtst uitgedrukt indrukwekkend. Dit tafereel op foto proberen
vast te leggen maar het valt niet mee om te voorspellen wanneer de boeg op
een golffront zal vallen. Morgen en vrijdag krijgen we echter normaal nog
genoeg kansen, aangezien het hard blijft waaien. Jammer, want waarnemingen
van walvissen blijven zo uit, en we komen stilletjes aan in goede
gebieden. Aan de andere kant zorgt de storm er voor dat we niet op volle
snelheid kunnen varen (hooguit een 7-8 knopen) en we dus iets later in de
goede gebieden zullen terechtkomen. Zaterdag zou de wind wat gaan liggen.
Volgens de Chief Scientist ligt er een behoorlijke ijsplaat en bestaat de
kans er in dat het schip de ‘haven’ niet kan bereiken, en de bevoorrading
voor het Neumayer station zal moeten gebeuren over ijs. Niet goed voor
hen, wel goed voor ons omdat dit betekent dat we op het ijs tussen de
pinguïns kunnen. We zien wel. Als het zaterdag degelijk weer is, vliegen
we misschien ook met de heli, dus genoeg zaken om naar uit te kijken…

04/12/2012

Vandaag de tweede dag op rij nogal veel wind (7-8BFT): metershoge golven
en schuimkoppen, dus weinig kans op zeezoogdieren, maar voor vogels is dit
niet slecht. In tegenstelling tot de grote aantallen prions gisteren, is
er vandaag weinig te zien. Er hangen steeds wel een aantal (een paar)
albatrossen rond het schip, en na de discussies van gisteren en de
analyses van foto’s hebben we nu eindelijk onder de knie hoe we Southern
Royals van Wanderings kunnen onderscheiden. Enkele Light-mantled Sooty
Albatrosses laten zich soms goed fotograferen, al moet ‘goed’ met een
korrel zout genomen worden: focussen op een zwart beest is niet zo
makkelijk – en zo is er altijd wel iets. Een email van een leerling met
daarin de boodschap ‘onvervangbaar’ was toch wel een geheel onverwachte,
maar aangename verassing van de dag. Altijd leuk om te weten dat er toch
leerlingen zijn die appreciëren wat je doet. Soit. Aangezien er weinig te
zien was vandaag, experimenteerde ik wat met de dataset, met het oog om
wat verspreidingskaartjes te maken van de verschillende waarnemingen.
Experimenteren was aanvankelijk eerder ‘knoeien’, maar gelukkig ben ik
daar nogal goed in en na een uur of 4-5 weet ik nu hoe de vork aan de
steel zit. Helaas heb ik internetverbinding nodig om super-kaartjes te
maken, en dat heb ik niet. Dat doen we dan daarna maar thuis. Tenzij
iemand aan het thuisfront mij zou kunnen helpen aan een volledige
Ocean_Basemap layer voor Arcgis. Straks dus nog even enkele mails sturen.
Van Maria – die ik deze zomer ontmoette – kreeg ik ook een leuke mail. Zij
was klaarblijkelijk aan het blokken aan ‘Evolution of Vertebrates’. Een
jonge langsvliegende Giant Petrel – zo gitzwart als ie maar kon zijn –
zorgde voor verschillende opinies: volgens mij was dit een Southern
omwille van de groenige snaveltop, volgens de anderen een niet te
determineren beest omdat het een jong was. Maar volgens het ‘meesterwerk’
(Antarctic wildlife) is het moeilijk, en de snavelkleur is niet altijd
goed in te schatten … maar met een beeldvullende foto kun je moeilijk
argumenteren dat het moeilijk in te schatten valt … en bovendien staat in
de Antarctic Wildlife een foto van jonge/immature Northern en Southern
Giant Petrels in hetzelfde kleed als ons beest, en daar worden ze op de
snavelkleur gedetermineerd: Northern al roodachtig, Southern groengelig.
Soit – van zoveel belang is het ook niet.
Vannacht wordt de klok ook een uurtje teruggedraaid: ship’s time wordt
gelijkgesteld aan UTC-time. Klinkt eenvoudig, maar het zorgt toch voor
enige verwarring: wie moet nu wanneer opstaan om zijn shift te doen. In de
late namiddag werd een eerste Blue Petrel achter het schip gezien.
‘Coche’, zou Raphaël zeggen, want voor ons beiden is het een nieuwe soort.
Altijd even stressy wanneer je het beest niet te zien krijgt, maar tegen
de avond stonden er al een aantal op deze teller. Prions vliegen al gek,
maar de manier waarop deze Blue Petrels door de lucht vliegen slaat toch
alles. Acrobaten zijn het, punt andere lijn.
De weervoorspellingen zijn ook weer leuk: iets minder wind (6BFT) maar
veel hogere golven. Walvissen mogen we dus weer vergeten… maar hopelijk
wat meer vogels.

03/12/2012

Vandaag een woelige oceaan. De wind was afgelopen nacht opgestoken en
blaast hard. De Polarstern danst op de golven en ik kan geen oog
dichtdoen. Nauwelijks op de brug aangekomen, roept een van de technici
‘whale whale’ en wijst recht vooruit. Drie grienden komen tweemaal vlak
voor het schip boven. Ik breng de anderen op de hoogte, maar zij zijn
helaas te laat. Behalve deze grienden vandaag geen zeezoogdieren gezien.
Waar we gisteren blij waren met onze prions, zien we er vandaag meer dan
duizend. In principe zitten er een viertal soorten – Broad-billed,
Slender-billed, Salvin’s en Antarctic Prion- maar nu blijkt dat het –
zoals beschreven in de literatuur – eigenlijk haast onmogelijk is om deze
prions in het veld te determineren. Raphaël meent een paar keer
Broad-billed te zien en ik denk dat er ook hier en daar wel een
Slender-billed te herkennen valt. In elk geval proberen we foto’s te nemen
om later op basis van de foto’s de prions te determineren, maar het valt
dik tegen om deze nogal kleine beesten met een zeer ‘erratische’ vlucht te
fotograferen. Maar liefst 35 kleine pijlstormvogels worden gezien en een
Subantarctic skua vliegt een tijdje achter de boot. Ik neem niet
onmiddellijk foto’s in de veronderstelling dat het dier nog wel een tijdje
zal blijven hangen achter het schip, maar dat bleek toch een verkeerde
beslissing te zijn. White-chinned Petrels (152) hangen lange tijd achter
het schip en laten zich vrij goed zien. Aangezien er nogal wat wind staat
(maar voor de rest is het weer goed) krijgen we toch een aantal
albatrossen goed te zien. Grey-headed Albatross, Light-mantled en Sooty
Albatross zijn drie nieuwe soorten. Vooral de Light-mantled Sooty
Albatross is een waanzinnig mooie soort. Een aantal maal menen we Southern
Royal Albatross te zien, maar Dominique heeft zijn twijfels en meent dat
het om Wandering gaat. De beide soorten lijken zeer hard op elkaar en hét
diagnostische kenmerk is een zwarte lijn op de snavel, maar dat is niet
altijd goed te zien. Als Raphaël overtuigd is van een Southern Royal
probeer ik het dier zo goed als mogelijk te fotograferen. Op de foto’s
blijkt duidelijk dat het inderdaad om een Southern Royal gaat. Gedurende
de rest van de dag wordt elke grote albatros gedocumenteerd. Aanvankelijk
is het ons niet echt meer duidelijk hoe we de soorten uit elkaar kunnen
halen wanneer de snavel niet goed wordt gezien, want het ontbreken van
zwart in de staart – zoals beschreven in enkele gidsen – is blijkbaar
absoluut geen bruikbaar kenmerk voor Southern Royal, aangezien vrijwel
elke Wandering die voorbijvliegt een witte staart heeft. Na het nalezen
van toch een van de belangrijkste determinatiewerken en het bestuderen van
de genomen foto’s, wordt het stilaan toch wel duidelijk hoe de soorten uit
elkaar te halen….

02/12/2012

Om 04h00 opgestaan en de zee was ‘plat’. Enkel swell (grote ‘golven’ als
gevolg van wind van de vorige dagen), maar geen schuimkoppen. Zalig ! Rond
05h00 – toch ietwat onverwacht – een blow ! Helaas bleef het bij die ene
blow. Niet lang nadat Raphaël mij kwam vergezellen, ziet hij ‘schuim’.
Nogal bizar als er geen golven zijn… en opnieuw en opnieuw en opnieuw.
Opnieuw frustratie: hoe is het mogelijk dat we het beest niet te zien
krijgen ? Op goed geluk foto’s genomen, en daarop is een kleine rug met
een duidelijke rugvin te zien. Allemaal goed en wel… maar wat was het ?
Geen idee. Twintig minuten later aan de horizon splashen en kleine blows…
duidelijk een drietal dieren. Raphaël zit ergens in het computerlokaal en
reageert niet op mijn oproepen via de walkie-talkie, Dominique is nog aan
het slapen en zijn telefoonnummer heb ik nog niet. Vervelende situatie
dus… ik zie dieren in de verte bovenkomen … bruingrijs … komen eerst boven
met kop: lichter en duidelijk bult … Southern Bottlenose Whale ! Zalig.
Enkele minuten later komen de dieren nogmaals boven, ditmaal veel dichter
bij het schip. Mooi te zien nu. Fototoestel genomen en snel naar buiten
gelopen, helaas waren de dieren verdwenen. Na enkele minuten kwam een dier
nog even boven langszij, maar dat was onvoldoende lang om op de gevoelige
plaat vast te leggen. Niet veel later kwam Raphaël boven, maar blijkbaar
had hij midden in het schip geen ontvangst. Twintig minuten na de
waarneming kwam ook Dominique op de brug, en voor hem was dit een nieuwe
soort. We krijgen vandaag voor het eerst Wandering albatros te zien, de
vogel met een vleugelspan van maar liefst 3,5meter. Zalig hoe gracieus
deze beesten glijden boven water en hierbij nauwelijks hun vleugels
bewegen. Fenomenaal. Gracieus. Wonderbaarlijk. Even later blijkt ook dat
foto’s nemen echt wel noodzakelijk is, en het menselijk oog toch op de een
of andere manier behoorlijk om de tuin kan worden geleid: wanneer Raphael
en Dominique een adulte black-browed albatros zien (met duidelijke oranje
snavel), blijkt op mijn foto dit dier toch duidelijk een Yellow-nosed
albatros te tonen (zwarte snavel met gele bovenrand). Aanvankelijk ging
men er van uit dat ik een tweede vogel moest hebben gefotografeerd,
terwijl ik dat absoluut niet geloofde. Pas toen in de namiddag deze
situatie zich opnieuw afspeelde toen ik de enige rond het schip aanwezige
albatros fotografeerde, bleek dat foto’s best wel handig kunnen zijn om
een determinatie te bevestigen of corrigeren. Tussen 10h00 en 18h00 UTC
tijd (dat moet 11h en 19h Belgische tijd zijn) lag het schip stil voor wat
CTD- en andere werken. De zon scheen en het was lekker warm op het dek. In
de late namiddag voelde mijn gezicht al serieus verbrand aan. Aangezien
het schip stil lag, kwamen vogels in lage aantallen naar het schip toe,
wat enkele mogelijkheden bood om te fotograferen. Makkelijk was het niet
om foto’s te nemen van laag over het water vliegende beesten (moeilijk in
focus te brengen en houden) in snoeihard licht (afschuwelijke schaduwen)
en op een door swell hevig wiebelend schip. Een hevige hoestbui – jawel,
het is weer zover – zorgde voor de productie van een kleine hoeveelheid
natuurlijk chum (nee, ik ben aan geen kanten zeeziek, maar door hevige
aanhoudende hoest wordt eten soms de verkeerde richting uitgestuurd). Het
was een rustige dag, met toch behoorlijk wat leuke waarnemingen, waaronder
7 soorten albatrossen
- Atlantic Yellow-nosed Albatros (5)
- Indian Yellow-nosed Albatros (3)
- Black-browed Albatros
- Northern Royal Albatros (2)
- Wandering Albatros (8)
- Sooty Albatros (1)
- Shy Albatros

01/12/2012

Afgelopen nacht geen oog dichtgedaan, maar dan ook geen oog. De wind was
klaarblijkelijk opgestoken, en de Polarstern was nog niet matig aan het
rollen en stampen. In bed rolde je heen en weer en omstreeks middernacht
vielen spullen van de tafel. Dan toch maar opgestaan en alles wat
potentieel breekbaar is, op de grond gelegd: wat op de grond ligt, kan
niet meer vallen.
Bij het eerste licht opgestaan met de nodige adrenaline: wat zouden we te
zien krijgen ? Nog maar enkele minuten op het dek kregen we de eerste
albatrossen te zien. De wind blies 8-9 BFT, en opspattend water van golven
die de boeg raakten, maakte de ramen op de brug ondoorzichtbaar. Na een
paar uur besloten we dan ook maar ergens op het buitendek uit de wind te
gaan staan. Aanvankelijk in de schaduw, maar na een paar uur in het
zonnetje – en met temperaturen van 24°C was dat best aangenaam.
Shy
Albatross, Yellow-nosed Albatross (helaas niet duidelijk of het om Indian
dan wel Atlantic), Black-browed Albatross, Southern Royal Albatross, 
Great-winged Petrel, White-headed Petrel, Soft-plumaged Petrel, Cape
Petrel, White-chinned Petrel, Wilson’s Perel, Southern Giant Petrel waren
allemaal nieuwe soorten.
Een aantal Europese soorten zoals Rosse
franjepoot, Noordse stern, grote pijlstormvogel en Kuhl’s pijlstormvogel
passeerden ook door ons beeld. Het was even frustrerend toen een verre
walvis een drietal keer blowde, maar verder niets van zich liet zien. Toen
ik de datasheet aan het opmaken was, riep de eerste officier iets in het
Duits. Hoewel ik er niets van begrepen had, had ik toch door dat hij
waarschijnlijk een walvis had gezien. De horizon afturend in de richting
waarheen Uwe keek, merkte ik een breachende (uit het water springende)
walvis op. Frustrerend, want de ramen waren te vuil om er iets van te
kunnen maken. Raphaël gealarmeerd, Dominique was nergens te vinden. We
zagen tegen de horizon een walvis tail-slappen (met de staart op het water
staan), uit het water springen, grote splashen, maar konden er omwille van
de vuile ramen en grote afstand niet echt iets van maken … Frustratie !!
(niet echt, maar bij wijze van spreken). Naar buiten gaan was geen optie,
want het dier zat voor het schip, en was vanaf de zijkant niet te zien. Ik
meende aanvankelijk zwarte ‘dingen’ te hebben gezien met wat wit, waarvan
ik vermoede dat het de flippers geweest waren. Dan moest het om een
bultrug gaan. Na een vijf minuten kwam het dier terug boven, iets dichter
en iets meer langszij. Het beest sprong quasi volledig uit het water,
en toch slaagden we er niet in om het beeld ‘te vatten’. Raphaël meende
echter een witte buik te hebben gezien, bultrug dus. Inmiddels was
Dominique ook al gearriveerd, en toen het dier bovenkwam om te blowen,
kreeg hij die niet onmiddellijk in beeld. Ik meende dan weer een
driehoekige vin te zien … potvis ? Het was hoe dan ook toch net iets te
ver om met een verrekijker te determineren, dus was het even wachten tot
Dominique en/of Raphäel het beest met de telescoop te pakken kregen… Om
het zoeken te vergemakkelijken riep ik telkens ik een blow zag, en
zodoende bleek gauw dat het niet om één, maar minstens twee en mogelijk
drie walvissen ging. Net na een laatste blow, kwam even een rug boven en
toen kon de identificatie hard worden gemaakt: bultruggen !
Soit. Daarna nog even afspraken gemaakt voor de volgende dagen. Ik neem
de shift van 04 tot 08h op mij, Raphaël van 00 tot 04h00 en Dominique van
08h00 tot 12h00. Zodoende kan Dominique – die aanvankelijk de shift van
04h00 tot 08h00 zou nemen, naar de meetings gaan, die tijdens deze
expeditie zouden doorgaan na het avondeten.
Morgen wordt het vroeg opstaan: de zon komt op om 04h20. Maar 04h20 … UTC
tijd (2h voor het Belgische uur), local/ships time (2h na UTC) ? En om het
nog makkelijker te maken: vannacht wordt de ships time aangepast en wordt
dit de UTC-tijd +1h. Dat wordt dus nog even puzzelen om te weten hoe de
wekker juist moet gezet worden …

30/11/2012

De nacht van 29 op 30/11 geslapen in een backpackers-lodge in Cape Town.
Toen we aankwamen was het toch even slikken: we sliepen in een kamer van
wel tien personen, ondergoed, bh’s, vuile kleren en weet ik veel waren in
elke hoek van de kamer te vinden. De vermoeidheid deed me toch snel in
slaap vallen. Katrin Schmidt, die ook in Kaapstad was en die ik kende van
de expeditie naar de Noordpool, had nog een sms gestuurd met de vraag om
af te spreken, maar die had ik niet meer gehoord. Ik liet haar daarom maar
weten dat we vanaf 08h00 in de bar zouden zitten. Helaas was Katrin
nergens te bespeuren, dus rees het vermoeden dat ze wel in een andere
backpackers-lodge zou zitten. We zouden rond 09h00 opgepikt worden om naar het
schip gebracht te worden, en iets voor negen komt een jongedame vragen of
Katrin ‘hier’ is. Helaas. Maar blijkbaar zat ze in een backpackers iets
verderop, en een klein half uur later stond Katrin te blinken bij ons.
Ondertussen was de shuttle aangekomen, maar Katrin mocht ons niet
vergezellen … jammer maar helaas. Het was slechts een tiental minuten
rijden eer we bij de Polarstern aankwamen. Daar stond Uwe, jawel, de
eerste officier, te werken en commando’s aan het geven. Omwille van testen
met een reddingssloep moesten we toch een half uurtje wachten alvorens in
te schepen. Eenmaal ingescheept snel naar onze kamer. Ons naamkaartje
vermeldt Diederik DieHard en Raphaël Letburn. Wie zou dat geflikt hebben
(Katrin natuurlijk). In de kamer ook een briefje van de allerliefste
Katrin, met het vriendelijke verzoek dat ik me als volgt moet gedragen ‘be
as charming as you were in Oostende’. Ik deel dus samen met Raphaël een
vierpersoonskamer. Dit betekent dus: plenty of space. Onze bedden zijn in
een afzonderlijke ruimte – waar het in tegenstelling tot een
tweepersoonskajuit – echt donker is.
Na een tien dagen Zuid-Afrika snel de wasmachine opgezocht en de vuile was
gewassen. Dan was het afwachten tot we zouden vertrekken. Omwille van de
harde wind (iets van 6 BFt) was het voor de loods te gevaarlijk om eenmaal
buiten de haven over te stappen op een schip/bootje dat hem terug kon
brengen naar de haven. Het vertrek dat oorspronkelijk gepland was om
18h00, werd aanvankelijk voor onbepaalde tijd uitgesteld. Voor ons kon het
uitstel niet lang genoeg duren, want in de eerste tientallen kilometers
houden hoge concentraties vogels zich op (dit is de zone waar veel wordt
gevist, en albatrossen en co hangen vaak rond vissersboten). Als we deze
kilometers doorvaren tijdens duisternis … dan zouden we grote
concentraties missen. De wind ging echter iets liggen en omstreeks 20h00
verlieten we de haven … Algauw bleek het op zee flink te waaien.

 

JoomSpirit